In een veel gedeeld opiniestuk in het weekblad Trends legt Roland Gillet (ULB/Sorbonne) uit wat ondernemen in België inhoudt. Hierbij het relaas:

“Wanneer studenten die een eigen onderneming willen opstarten hem vragen welke hun slaagkansen zijn, is zijn antwoord steeds hetzelfde: In normale tijden zullen één op drie ondernemers failliet gaan. In normale tijden, dus niet in slechte tijden.”

Wat zijn de gevolgen voor een ondernemer die failliet gaat?
“Ten eerste moet hij opdraaien voor zijn verliezen en meestal ook voor die van al wie hem geld heeft geleend (familie, vrienden,…). Daarna wordt hij door zijn omgeving als ‘een loser’ beschouwd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wie in Amerika failliet gaat, waar deze mislukkingen deel uitmaken van de vorming van een ondernemer en een faillissement als een ‘badge of honour’ wordt beschouwd.”

“Tenslotte wordt de ondernemer geseind als iemand die onbetrouwbaar is als het op betalen aankomt, wat toekomstige kredietverstrekking ernstig kan bemoeilijken. Ook tellen prestaties als zelfstandige niet mee om een recht op een werkloosheidsuitkering te krijgen. Dit neemt niet weg dat een vroeger uitgeoefende loontrekkende activiteit of hoedanigheid, in sommige gevallen toch toegang geeft tot een uitkering wegens werkloosheid, maar die zal altijd minder groot zijn dan wat werknemers uitbetaald krijgen.”

Laten we het dan even hebben over de ondernemers die wel slagen

Volgens Gillet zijn dat er 2 op 3, maar hij wijst onmiddellijk op de incoherentie van ons fiscaal systeem. “Indien de ondernemer in zijn opzet slaagt en er eindelijk toekomt zichzelf wat geld uit te keren, zal hij even veel worden belast als een werknemer die geen enkel risico heeft genomen.De ondernemer krijgt dus geen enkele aansporing, noch beloning voor het nemen van een niet evident risico, want 1 op 3 gaat failliet, weet je nog?”

“Erger nog, de meest recente fiscale hervormingen zijn in zijn nadeel: zo is het tarief van de roerende voorheffing dit jaar nog opgetrokken naar 30 % en is ook de meerwaardebelasting in sommige gevallen ongunstig voor kmo’s. Samengevat kan je stellen dat een ondernemer in België zowel sociaal als fiscaal gestraft wordt wanneer hij zijn slag niet thuishaalt. Doet hij dat wel dan heeft de fiscus hem later beet en ontneemt hij hem alle zin om nog te ondernemen.”

Volgens Gillet laten jonge ondernemers zich gelukkig zelden afschrikken door deze nadelen, maar opteren ze steeds vaker voor… het buitenland: “Luxemburg, Londen of nog verder. Dat is een groot verlies voor België omdat deze jongeren hier werden gevormd, onderwijs geld kost en de vruchten van hun opleiding straks door andere landen zal worden geplukt. Deze ondernemers zijn niet van slechte wil, maar constant met het zwaard van Damocles boven het hoofd leven is voor velen geen optie. Met andere woorden, met een overheid die zegt:
‘Als u mislukt zullen we u alles afpakken, maar als u slaagt moet u slechts de helft van al wat u verdient aan ons geven.’”