Verkeerde studiekeuzes, slechte carrière-moves en de keuze voor deeltijds werken zijn de voornaamste oorzaken waarom nog steeds veel minder vrouwen topfuncties in bedrijven uitvoeren. Dat blijkt uit een studie die werkgeversorganisatie VKW Limburg liet uitvoeren door de KU Leuven en de Universiteit van Maastricht.

Hoewel het aantal hoogopgeleide vrouwen sterk gegroeid is doorheen de jaren, blijft hun aandeel in leidinggevende posities op een laag niveau. Zo’n 67 procent van de leidinggevende functies wordt vandaag ingevuld door mannen.

Een eerste reden hiervoor is de studie- en beroepskeuze, zo blijkt uit de studie. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in uitvoerende en administratieve functies, terwijl mannen vooral in industriële en beleidsvoerende functies zijn terug te vinden. Mannen werken bovendien vooral in de bouw en transportsector en vrouwen in de gezondheidszorg en het onderwijs. De carrièrekansen hangen hier mee samen.

Het valt de wetenschappers op dat mannen nog steeds meer verdienen voor dezelfde jobs dan vrouwen. Dat is één van de redenen waarom de vrouwen, en niet hun partners, kiezen voor deeltijds werk als er kinderen komen. Dit verlaagt dan weer de kansen op doorgroeimogelijkheden omdat van leidinggevenden verwacht wordt dat ze er altijd zijn.

Tot slot wijzen de onderzoekers op het ‘glazen plafond’, een onzichtbare kracht die ervoor zorgt dat vrouwen niet verder kunnen klimmen op de maatschappelijke ladder. Ook dit weerhoudt vrouwen van topjobs. “De koppeling tussen parttime werken en leidinggeven zou meer geaccepteerd moeten worden”, concludeert VKW Limburg. “We hopen ook op meer vrouwelijke rolmodellen die het beeld van de ondervertegenwoordiging kunnen doorbreken en de ambities van andere vrouwen kunnen aanscherpen.”