Voka Limburg: “Vakbond maakt cruciale denkfouten”

“Je hebt leugens, grove leugens en statistieken. Als ACV Limburg stelt dat de werkgevers de loonkosthandicap sterk overdrijven, worden er -misschien zelfs bewust- drie cruciale denkfouten gemaakt.” Dat is de reactie van de Voka Limburg op de berichtgeving die de vakbond woensdag aan de pers overmaakte.

“De eerste fout is die van de loonevolutie,” zegt Johann Leten van Voka. “Het klopt dat sinds de invoering van de wet op het concurrentievermogen in 1996 de lonen in België ‘slechts’ 5,2 procent gestegen zijn. Echter, voor 1996 lagen de lonen in België al meer dan acht procent hoger dan de buurlanden. De meest recente cijfers van Eurostat spreken voor zich: één uur werken in België kost 40,5 euro tegenover 31 euro in Duitsland, 31,3 euro in Nederland en 34,9 euro in Frankrijk. Een bedrijf dat moet beslissen om in België (bijkomend) te investeren of activiteiten moet herschikken, is niet geïnteresseerd in de evolutie van de lonen sinds 1996. Wel wat het vandaag en morgen meer moet betalen dan in de buurlanden.”

Johan Leten (links) countert Jean Vranken (rechts).

Johan Leten (links) countert Jean Vranken (rechts).

Vlaamse metser niet sneller

En Leten raast verder: “De tweede misvatting is de hoge productiviteit. Het klopt dat België de hoge lonen gedeeltelijk kan compenseren met de hoge productiviteit van de werknemers. Echter, de productiviteit wordt omhoog geduwd door enkele bedrijven die extreem geautomatiseerd of heel kapitaalsintensief zijn. Voor een gewoon bedrijf geldt dit productiviteitsvoordeel veel minder. Een Vlaamse metser metst immers niet sneller dan een Nederlandse of Duitse. Bovendien stijgt de productiviteit in België nog amper. In 2013 steeg het bbp per gewerkt uur met 0,3 procent, in de eurozone was de toename met 0,6 procent dubbel zo groot. Ook hier moeten we geen heil gaan zoeken.”

Subsidies voor non-profit

“De derde kromme redenering is die van de loonsubsidies. Het klopt dat België voor zo’n elf miljard euro aan loonsubsidies geeft. Echter, het grootste deel hiervan is niet voor de gewone bedrijven. Zo is 1,3 miljard gereserveerd voor de dienstenchequebedrijven. Verder gaan ook grote brokken naar de zorgsector, ouderenbonus, onderzoekers van universiteiten, beschutte werkplaatsen,… Kortom, sectoren die zich voornamelijk richten op binnenlandse (non-profit) dienstenverlening en dus geen last hebben van de omringende concurrentie. Bovendien kennen onze buurlanden ook dergelijke systemen. Dus mag je dat bedrag niet integraal aftrekken van de loonkostenhandicap.”

Johann Leten besluit: “In feite is de discussie rond de loonkosten eenvoudig. Ofwel zie je de pijnlijke waarheid onder ogen en bouw je de handicap af. Ofwel draai je je een rad voor de ogen en negeer je die handicap, maar dan moet je niet verwonderd zijn dat nog meer bedrijven België verlaten of links laten liggen voor investeringen. Zeker in Limburg, grenzend aan de buurlanden, is dit dagdagelijkse werkelijkheid.”

“Gewoon ridicuul”

Unizo-Limburg reageert iets meer genuanceerd: “Het is in elk geval lovenswaardig dat ACV-Limburg erkent dat er een loonkosthandicap is,” zegt directeur Bart Lodewijckx. “Hoog tijd om er iets aan te doen, los van hoeveel het nu precies bedraagt. We kunnen immers niet blijven naast elkaar doorpraten. Laten we stoppen met uit te gaan van extremen en gemiddelden. Langs beide kanten. Oplossingen zijn belangrijker dan het grote gelijk te halen. Het loonkostendebat is sterk afhankelijk van de specifieke sector en jobs. In sommige sectoren is het een veelvoud van de 4,6%, in andere sectoren is het inderdaad minder.” Toch deze kritiek: “Voor een rechtvaardige fiscaliteit pleiten we ook, maar wat het ACV voorstelt rond de vennootschapsbelasting is gewoonweg ridicuul,” besluit Lodewijckx.