Wie tijdens het openbaar onderzoek van bouwplannen niets van zich laat horen, kan daarna geen bezwaar of beroep meer indienen. VKW Limburg juicht deze beslissing van de Vlaamse regering toe. “Het is een eerste stap om in ons land de zaken weer vooruit te laten gaan en om terug enige rechtszekerheid te bieden aan initiatiefnemers”, vindt VKW Limburg.

Wie bouwplannen heeft en daar een vergunning voor aanvraagt, moet een openbaar onderzoek laten uitvoeren zodat iedere belanghebbende op de hoogte is en eventueel zijn ongenoegen via officiële weg kan uiten. Dit principe wordt door niemand gecontesteerd, en nu door de Vlaamse regering zelfs opgewaardeerd. Want wie de kans om te protesteren tijdens het openbaar onderzoek aan zich voorbij laat gaan, zal later geen bezwaar of beroep meer kunnen indienen.

VKW Limburg is content. “Vandaag verzandt nagenoeg elk initiatief in een moeras van lange procedures en –eenmaal die doorploeterd zijn- in juridische procedureslagen”, vindt Johan Schildermans. “Of het nu gaat om bedrijven, burgers of overheden die investeren: ook initiatiefnemers hebben rechten. Op een duidelijke en liefst snelle aanvraagprocedure in de eerste plaats. Maar zeker ook op weloverwogen en rechtszekere overheidsbeslissingen over hun vergunningsaanvraag, die nadien niet meer tot in den treure kan aangevochten worden door om het even wie. Vandaag kan je in dit land – zelfs na jaren –  nooit zeker van zijn dat je je initiatief ook écht kan uitvoeren…”

“Het is dan ook zeer nodig om de bezwaren- en beroependiarree, die steeds groteskere vormen aanneemt, te stoppen”, stelt het VKW. “De beslissing van de regering is een welgekomen eerste stap om eindelijk terug te komen tot een evenwicht tussen het recht op inspraak van burgers en de rechten die ook initiatiefnemers hebben. Maar bovendien is deze beslissing ook niet meer dan logisch. De kritiek dat burgers hiermee monddood worden gemaakt, is natuurlijk om te lachen. Er wordt helemaal niét getornd aan het recht op inspraak en het uiten van bezwaren! Maar wel dient men er ook gebruik van te maken wanneer daartoe de gelegenheid wordt geboden. En niet meer moedwillig, achteraf, wanneer na de inspraakronde al een beslissing is genomen. Waartoe dient anders nog een openbaar onderzoek?”