Vic Heylen: "Sluiting Ford Genk is paniekreactie"

“De sluiting van Ford Genk wordt een logistieke en industriële nachtmerrie.” Dat zegt Vic Heylen, analist bij het onafhankelijke bureau F-Car en kenner van de auto-industrie. “Die meneer Odell staat voor een onmogelijke taak. De sluiting is gewoon een paniekreactie van de Ford-top in de Verenigde Staten.” Volgens Vic Heylen zijn er genoeg argumenten tegen de sluiting. Hij vat ze samen in vijf stellingen.

1. Er is in die ene maand niets veranderd.
“Een maand geleden kregen de werknemers van Ford Genk de verzekering dat de nieuwe modellen in Genk zouden gemaakt worden. Een maand later wordt die beslissing ineens omgedraaid. Nochtans is er in die maand niets veranderd. De economie is er niet op verslechterd of verbeterd. De autoverkoop is niet dramatisch verslechterd. Het was al slecht genoeg. Er zijn dus andere oorzaken voor die drastische beslissing.”

2. De sluiting van Ford Genk is een paniekreactie.
“De beslissing om Ford Genk te sluiten, terwijl er een maand eerder nog alle engagementen werden herbevestigd, kan alleen veroorzaakt worden door een paniekreactie van de Amerikaanse directie. Ford is een beursgenoteerd bedrijf en beursgenoteerde bedrijven leven voor een stuk op perceptie. En die perceptie was de voorbije weken niet goed. In Frankrijk had je problemen met PSA en in Duitsland met Opel. Dan had je nog de uitspraken van Fiat-baas Sergio Marchionne, die zegt dat de Europese auto-industrie alleen door een gecoördineerde actie uit het slop gehaald kan worden. Bovendien steekt in Frankrijk onder impuls van de socialistische president weer het aloude protectionisme de kop op. Dat alles creëert de perceptie en de vrees dat de waarde van het aandeel kan gaan dalen. Om dat te voorkomen meent men snel actie te moeten ondernemen. Zo’n beslissing om Genk te sluiten lijkt misschien op korte termijn logisch, maar op lange termijn kan dat uitdraaien op een nachtmerrie.”

3. De verhuis van de productie wordt een logistieke en industriële nachtmerrie.
“Ik heb het vermoeden dat ze bij Ford niet goed weten waar ze aan beginnen. De verhuis van de productie van drie modellen van Genk naar Valencia, de verhuis van twee modellen van Valencia naar Saarlouis, de sluiting van een fabriek in Southampton, de sluiting van twee perswerken en de sluiting van een wielenfabriek. Bovendien moet dat op minder dan twee jaar gebeuren. En dan zeggen ze tegen die meneer Odell: trek er uw plan maar mee. Dat wordt een logistieke en industriële nachtmerrie. Als men dat eenmaal beseft, is Alan Mulally al lang met pensioen.”

4. Ford gaat er vanuit dat de economie zich nog lang niet herstelt.
“Ford gaat er van uit dat de economie de eerstkomende jaren zich niet of nauwelijks herstelt, dat de autoverkoop de komende jaren zo laag blijft. Maar niemand heeft een glazen bol. Als de economie zich wel sneller herstelt en de autoverkoop binnen de komende twee jaar wel aantrekt, dan staat Odell echt wel met de billen bloot want hij heeft dan geen productiecapaciteit op overschot. Het gevolg is dat hij dan opnieuw moet investeren in bijkomende productiecapaciteit en dat kost misschien wel meer dan wat hij kan besparen met de sluiting van Genk. Ford heeft zijn structurele overcapaciteit immers al veel eerder weggewerkt en zit nu vooral met conjuncturele overcapaciteit. Dat is uitgestelde verkoop.”

5. Ford verwaarloost het CD-segment.
“Dat Ford zijn productiecapaciteit inkrimpt en de productie van de Mondeo, S-Max en Galaxy verhuist naar Valencia, betekent in feite dat Ford het CD-segment niet belangrijk vindt en zich vooral wil concentreren op de kleine modellen. Maar dat heeft twee nadelen: kleine auto’s zijn veel minder winstgevend als grote auto’s zoals de Mondeo en kleine auto’s worden vooral verkocht in landen die het hardst worden getroffen door de crisis, zoals Spanje, Italië en Portugal. Op termijn is dat nefast voor de verkoop en rendabiliteit. Als er de komende dan ook nog eens één of twee merken zouden verdwijnen – dat is echt niet uit te sluiten – dan zijn heel wat consumenten verplicht om een andere auto te kopen, maar je moet die auto’s dan wel kunnen maken.”