Nu ArcelorMittal heeft beslist om de inox-activiteiten af te splitsen en naar de beurs te brengen, vrezen de vakbonden van de Genkse vestiging, waar ook inox geproduceerd wordt, dat er een nieuwe herstructurering staat aan te komen.
De Franse en Belgische vakbonden van de inox-producerende bedrijven uit de ArcelorMittal-groep, zijn tegen een afsplitsing en beursnotering van hun divisie. “De reden is dat onze bedrijven de afgelopen 5 jaar een EBITDA van 3,7 miljard dollar hebben gerealiseerd, maar de besteding hiervan is gevloeid naar investeringen in andere bedrijven en naar uitkeringen voor de aandeelhouders,” zegt Stefan Indestege, ABVV-afgevaardigde van ArcolorMittal Genk, het vroegere ALZ. “Anderzijds moeten wij wel blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling. Bovendien worden er schulden ter waarde van 1 miljard dollar naar ons doorgeschoven, terwijl die niet door de inox-groep werden gemaakt, maar door investeringen in zacht staal en de aankoop van mijnen. Wij denken dus dat ArcelorMittal met dit manoeuvre een samenwerking beoogt met een andere inoxproducerende groep, en er een grondige herstructurering zal doorgevoerd worden om van onze schuldenberg af te geraken. Ze zadelen ons op met een financiële positie die geen bewegingsruimte laat, en dit in tegenstelling tot onze concurrenten. Deze beslissing baart ons als vakbonden grote zorgen, en met ons tienduizenden gezinnen.” In Genk werken er 1200 mensen voor ArcelorMittal. De omzet (geconsolideerd met de vestiging in Charleroi) viel terug van 2,5 miljard euro in 2007, naar 1,8 in 2008 en naar 840 miljoen in het vorig boekjaar 2009.