Limburg is goed bezig om na de sluiting van de Ford-fabriek uit het economische dal te kruipen. De bedrijven geven aan dat ze overwegend positieve verwachtingen hebben over de toekomst. Indicatoren die groei mogelijk maken, zoals internationalisering, innovatie, opleidingen en samenwerking, worden nu gunstiger beoordeeld dan een jaar geleden, zo blijkt uit een bevraging van de ondernemersorganisaties Unizo-Limburg en VKW Limburg.

In het kader van het SALK-actieplan, dat Limburg er bovenop moet helpen na de sluiting van Ford Genk, werden vier factoren bepaald die lokale bedrijven moeten toelaten om hun activiteit uit te bouwen. Groeien kan door meer in te zetten op export (internationalisering), door extra opleidingen voor het personeel te voorzien, door met andere bedrijven en kennisinstellingen samen te werken en door innovatieve producten en diensten te ontwikkelen.

groeiNa een nulmeting vorig jaar, hebben Unizo-Limburg en VKW Limburg hun leden opnieuw gevraagd of zij op deze vier domeinen vooruitgang merken. De balans is positief. De zogenaamde Groeimonitor toont aan dat de Limburgse bedrijven de afgelopen 12 maanden een tandje hebben bijgestoken op elk van deze vier domeinen.

De belangrijkste groeifactor blijft innovatie. Het percentage van de omzet dat Limburgse ondernemingen halen uit producten en diensten die drie jaar geleden nog niet bestonden, blijft toenemen. De grootste vooruitgang is merkbaar in het aantal opleidingen dat aan de werknemers wordt aangeboden. Vooral cursussen door externe organisaties zitten in de lift. Op vlak van samenwerking is een positieve kentering ingezet, zowel met bedrijven binnen en buiten de eigen sector, als met onderwijs- en andere kennisinstellingen. De internationale focus van kleine ondernemingen en bouwbedrijven kan nog beter, maar ook daar is globaal verbetering merkbaar.

Unizo en VKW Limburg merken tot slot dat vooral productiebedrijven en iets grotere ondernemingen een toename van de groeikansen verwachten.