“Als ik de werkgevers voortdurend hoor zeggen dat de werkloosheid een hangmat is, dan word ik boos. Ja, hardnekkige werkweigeraars moeten eruit. Maar dat geldt niet voor de overgrote meerderheid aan werklozen, die vaak gefrustreerd zijn omdat ze na honderd keer solliciteren nog altijd geen kans krijgen. De werkgevers moeten ook hun verantwoordelijkheid opnemen.” Dat zegt Tinne Lommelen (42), sinds 1 januari de nieuwe directeur van VDAB Limburg.

Tinne Lommelen is afkomstig uit Mol en bouwde een carrière uit aan de UHasselt, waar ze eerst Toegepaste Economische Wetenschappen studeerde. Ze schopte er het tot doctor ‘international business’ en bouwde er een traject uit met de focus op (internationaal) ondernemen, strategie en innovatie. Toen ze bij de UHasselt de deur achter zich dichttrok, was ze er directeur van de School of Expert Education (SEE). In juni 2016 maakte ze de overstap naar de VDAB voor een managersfunctie. Na het vertrek van Jo De Cock naar H.Essers, nam ze er de directeursfunctie ad interim waar. Sinds begin dit jaar is ze nu ook officieel directeur van VDAB Limburg, 500 personeelsleden sterk.

“Van een omgeving met vooral mensen met veel kansen, kwam ik terecht in die andere wereld: een omgeving waar mensen kansen zoeken en voor wie het leven veel minder meezit. Eén op drie van de Limburgse werklozen zijn meer dan twee jaar werkloos. Het zijn vaak mensen die wel willen, maar om verschillende redenen niet kunnen. Bijvoorbeeld omdat ze bepaalde sociale of digitale vaardigheden missen. Daarmee ontken ik niet dat er ook probleemgevallen zijn: mensen met verschillende problemen van medische, psychische en vaak ook financiële aard. Een job is om die redenen niet hun eerste zorg. We moeten ons de vraag durven stellen of die mensen wel thuishoren in de werkloosheidsstatistieken, en niet eerder bij welzijnszorg terecht moeten kunnen.”

Een andere grote groep werklozen zijn de 50-plussers.
“Dat zie ik als de grootste uitdaging voor dit jaar. Bij die 50-plussers zijn er veel mensen die oneindig veel solliciteren, die bereid zijn om opleidingen te volgen en hun looneisen best willen milderen, maar toch geen kans krijgen. Ze zijn gefrustreerd, voelen zich niet meer au sérieux genomen en geraken in de put. Het is dan erg deprimerend als werkgeversorganisaties de werkloosheid een hangmat noemen. Wel, mag ik de bal terugkaatsen naar de bedrijven en hen vragen om hier hun verantwoordelijkheid op te nemen. Werkgevers moeten alle talenten een kans geven. Ze zouden ons ook al kunnen helpen als ze ons laten weten waarom een bepaalde sollicitant de job niet gekregen heeft. Dan kunnen we eventuele tekortkomingen tenminste bijspijkeren.”