Tien procent minder starters in Limburg

Het aantal starters in Limburg is in de eerste helft van dit jaar met 10,7% gezakt tot 2.847. In de eerste helft van vorig jaar waren er dat nog 3.187. Daarmee zit Limburg ongeveer op het Vlaamse gemiddelde, waar een terugval met 10,2 procent is genoteerd. Het aantal starters is een belangrijke graadmeter voor de toekomstige economische groei. Starters die overleven vormen vaak de kmo’s van de toekomst. De jongste cijfers zijn weinig bemoedigend.

Tijdens de eerste zes maanden van dit jaar zijn er in ons land 38.402 starters geteld. Dat zijn er 8,7% minder dan de 42.060 starters in de eerste helft van 2011. Zelfs in de crisisjaren 2008, 2009 en 2010 waren er méér starters.

De meeste Belgische starters zitten in de kleinhandel (6%), bouw (4,5%), adviesbureaus (3,8%), restaurants (2,8%) en cafés (1,7%). “Faillissementsgevoelige sectoren, waar een harde overlevingsstrijd wordt gevoerd,” zegt het NSZ. Volgens de zelfstandigenorganisatie heeft dat te maken met de talrijke ondernemersonvriendelijke begrotingsmaatregelen, zoals de aanpak van de bedrijfswagens en monsterboetes. “Geen klimaat om als zelfstandige aan de slag te gaan,” aldus het NSZ.