Meer dan zes van de tien familiebedrijven is niet klaar voor de toekomst op langere termijn. Deze verontrustende vaststelling komt naar voor uit een onderzoek dat het Limburgs Platform Familiebedrijven (LPF) naar aanleiding van zijn 10-jarig bestaan uitvoerde. De meeste familiebedrijven hebben geen familiecharter, zeg maar een ‘grondwet’ die duidelijke afspraken bevat tussen de familieleden over het bedrijf. Vaak staat een dergelijk protocol niet eens op de agenda. “Een tikkende tijdbom,” zegt Koen Hendrix, coördinator van LPF.

Limburg is een provincie van vooral jonge, familiale kmo-bedrijven, waarbij de overgang naar de tweede generatie volop aan de gang is. Er zijn nog veel familiale bouwbedrijven in Limburg (25%), alsook in de dienstensector (27%). Bijna de helft van de Limburgse familiebedrijven (44%) zit in de tweede generatie. De overgrote meerderheid (92%) kent slechts één of twee familietakken. Positief is ook dat meer dan de helft ondertussen werkt met een actieve raad van bestuur of raad van advies. Bij bedrijven met een actieve raad van bestuur, maakt één op de drie gebruik van een bestuurder die onafhankelijk is van de familie (externe bestuurder), en bij één op de zes is de voorzitter van de raad van bestuur zelfs een externe. “En dat terwijl tien jaar geleden externen veelal nog als ‘ongewenste pottenkijkers’ werden bestempeld,” zegt Koen Hendrix van LPF. “Meer dan 20% van de familiebedrijven werkt ondertussen met een niet-familiale CEO, zeg maar, een algemeen directeur die geen lid is van de familie.”

Familiecharter

Verontrustend is dan weer dat bij meer dan 60% van de familiebedrijven een familiecharter niet op de agenda staat, of zelfs niet bekend is. “De opmaak van een dergelijk document, een soort grondwet die een aantal fundamentele gedragsregels vastlegt voor de relatie tussen de familie(s) en het bedrijf, is nochtans cruciaal voor het voortbestaan van het bedrijf op langere termijn,” zegt Hendrix. “Een dergelijk familiecharter, convenant, statuut of protocol legt onder meer vast op welke manier men het bedrijf wil besturen, hoe familieleden vergoed worden, hoe de opvolging moet gebeuren, of schoonfamilie ook in het bedrijf aan de slag kan, of en hoe er dividenden worden uitgekeerd, enzovoort.”

koenhendrix“Het is geen garantie, maar wel een middel om duidelijkheid te brengen in de familie. Van die bedrijven die een dergelijk familiecharter hebben opgemaakt, zegt 65% dat het rust brengt in de familie én in het bedrijf. Rust aan de top brengt ook rust op de werkvloer.” Volgens Hendrix zitten familiebedrijven zonder dergelijke concrete afspraken op een tijdbom. “Plots kunnen onuitgesproken meningsverschillen tussen broers, zussen, of ouders en kinderen binnen het familiebedrijf aan de oppervlakte komen. Dat gaat vaak gepaard met veel emotie, of erger, hoog oplopende ruzies. Met alle gevolgen vandien voor de toekomst van het bedrijf.” Hendrix is zich ervan bewust dat het opstellen van een dergelijk charter niet eenvoudig en vaak tijdrovend is, vandaar dat het LPF dan ook graag een handje toesteekt hierbij.