Starters stellen aanwerving eerste personeelslid uit

TEW-studente Ine Ramsak ging onder leiding van promotor prof. dr. Ghislain Houben (UHasselt), de evolutie na van het aantal aanwervingen bij starters en de beweegredenen hiervoor.

Uit het onderzoek blijkt dat in de eerste plaats het aantal ondernemers met personeel in dienst de laatste jaren daalt. Niet alleen bouwen gevestigde waarden hun personeelsbestand af, maar zijn startende bedrijven minder, en ook minder snel, geneigd om een eerste werknemer aan te werven. De jobcreatie bij bedrijven die minder dan één jaar bestaan, kalft dus verder af. Van de 63.561 startende ondernemingen in België (cijfer 2009) had slechts 9,64 procent binnen één jaar personeel in dienst.

Ine Ramsak ging op zoek naar enkele verklaringen hiervoor. “De algemene economische conjunctuur is uiteraard belangrijk,” zegt ze. “Maar vooral de hoge loonkosten schrikken een zelfstandige af om de eerste stap te zetten.” Spelen ook een rol: de strengere arbeidswetgeving, het besef dat leiderschapscapaciteiten ontbreken om personeel onder de vleugels te nemen en de weigering van de ondernemer om zijn onafhankelijkheid op te geven. Tot slot zijn er ook veel meer managementvennootschappen en mensen die op latere leeftijd zelfstandige worden en daardoor minder snel geneigd zijn om personeel onderdak te bieden.

Het gevolg van dit alles is dat zelfstandigen die kampen met een hoge werkdruk, eerder andere oplossingen zoeken dan een eerste aanwerving. Ze zullen bijvoorbeeld sneller beroep doen op onderaannemers of hun prijzen (tijdelijk) fors opdrijven zodat hun volumes lager blijven.

Ine Ramsak (UHasselt)

Ondoordacht
Als een startend bedrijf uiteindelijk toch overstag gaat om een eigen werknemer op de loonlijst te plaatsen, loopt dit meestal niet van een leien dakje. “Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de selectie van het eerste personeelslid zeer intuïtief en ondoordacht verloopt,” zegt Ine Ramsak. “Men doet bijvoorbeeld snel beroep op familie en kennissen om kandidaten aan te brengen, wat niet altijd de beste, objectieve keuze is. Daarnaast blijkt dat er zeer weinig aandacht gegeven wordt aan de integratie van de eerste werknemer in de werkomgeving. Bovendien missen de starters regelmatig belangrijke subsidies die gepaard gaan met deze aanwerving.”

Expertise

Nochtans hoeft dit alles geen probleem te zijn. De masterstudente stelt dat een sociaal secretariaat en een zelfstandigenorganisatie voldoende kennis en ervaring in huis hebben om het HR-beleid van bij de start te professionaliseren.

“Het onderzoek bevestigt dat een starter die zich houdt aan een ondernemingsplan, dat samen met experten werd opgesteld, veel minder voor verrassingen komt te staan,” zegt Joël Stockmans van Unizo-Limburg. “Wie daarbij starterscursussen volgt en aan ervaringsuitwisseling met collega-ondernemers doet, is veel beter op de hoogte van alle mogelijkheden en zal efficiënter kunnen aanwerven. In een periode waarin de ‘war for talent’ onmiskenbaar woedt, is dat een niet te onderschatten voordeel.”

“De resultaten herhalen dat de kloof tussen de tewerkstellingsmaatregelen die de overheid biedt, en de kennis hiervan bij de starters, nog erg groot is,” vult Frank Vols van Sofim aan. “Wanneer men tijdig bij ons komt aankloppen, kunnen we een wereld van mogelijkheden doen opengaan. Starters zijn ons daar heel dankbaar voor. We merken in de praktijk dat ook enig HR-advies, bijvoorbeeld over het voeren van selectiegesprekken, de loonpolitiek of extralegale voordelen direct zijn vruchten afwerpt. In dat opzicht is HR niet anders dan andere facetten van de bedrijfsvoering: wie zich professioneel laat bijstaan op vlakken waarin hij zelf minder onderlegd is, zal altijd winnaar zijn.”