In Colombia, Peru en Thailand drinkt de lokale bevolking sinds kort bier uit Opitter. Want Brouwerij Sint-Jozef heeft zich nog meer op de export gericht. “Ook in Nederland trouwens, waar wij de grote volumes brouwen voor de Twentse Bierbrouwerij,” zegt Jef Cornelissen, de 29-jarige bedrijfsleider, die als vijfde generatie van het familiebedrijf binnen 1 of 2 jaar de fakkel officieel overneemt van zijn gelijknamige vader. Naast de export wil Sint-Jozef ook groeien met nieuwe brouwsels, zoals het abdijbier van Herkenrode, dat sinds 2009 in Opitter wordt gemaakt.

De nieuwe telg aan het hoofd van Sint-Jozef krijgt geen eenvoudige erfenis in handen, nu het bierlandschap op wereldvlak is verdeeld onder enkele supergrote groepen. “Vandaar dat wij ons nog meer willen presenteren als een lokale, familiale en ambachtelijke brouwer, die met hart en ziel nog eigenhandig zijn kwaliteitsproduct samenstelt,” legt Jef Cornelissen uit. “We zijn het perfecte alternatief voor consumenten die geen goedkoop massaproduct willen hebben, maar op zoek zijn naar streekbieren die worden gebrouwen volgens authentiek vakmanschap. Ik vergelijk het met soep. In een sterrenrestaurant wordt die met veel toewijding bereid in een koperen pannetje, terwijl andere klanten een tetra-pack uit de supermarkt willen.”

In die optiek gaat Sint-Jozef flink investeren in de renovatie van de brouwerij. “In februari starten we met buitenzijde, die we de glorie van weleer terug willen geven. Mensen die hier een rondleiding willen, en van het bier komen proeven, mogen merken dat wij een rijke traditie hebben. Met die positionering willen we opboksen tegen de grote jongens, al weten we dat het niet evident zal zijn.”

“Vroeger was het normaal dat een man na het werk nog een pintje ging drinken. Nu krijgt hij daarvoor op zijn donder van zijn vrouw.”

Want niet alleen het samenklitten van de grote brouwers speelt Sint-Jozef parten. “Het bierverbruik op zich is ook gedaald,” weet Jef Cornelissen.
“Vroeger was het normaal dat een man na het werk nog een pintje ging drinken. Nu krijgt hij daarvoor op zijn donder van zijn vrouw. Afin, niet overal gelukkig…”