Opinie: “Voka klaagt probleem aan dat het zelf veroorzaakt”

Rik Neven, zaakvoerder van redactiebureau Palindroom uit Hasselt, is in zijn wiek geschoten. In een opiniestuk haalt hij uit naar Voka, en meer specifiek naar hun oproep om meer te investeren in weginfrastructuur. “Ongepast”, vindt Neven.

“Voka klaagt aan wat het zelf mee veroorzaakt”, vindt Rik Neven. “Klagen doe je over iets waar je het slachtoffer van bent. Niet over iets wat je zelf op je geweten hebt. Ik verklaar me nader. In de Groeipapers klaagt Voka terecht aan dat België kampioen filerijden is en dat stilstaan in de file ons massa’s geld kost. Een waarheid als een koe, maar dan moet je je wel de vraag stellen wie de files veroorzaakt. Op enkele uitzonderingen na zijn dat de werkgevers zelf of de werkgevers die hun personeel verplichten om met de auto naar het werk te rijden. Mensen staan niet in de file, ze zijn de file. Ook dat is een waarheid als een koe en dat schijnen Voka en de meeste werkgevers wel eens te vergeten.”

rik-neven-1Neven gaat verder: “Er zijn heel wat passages in de Groeipapers van Voka waar het de nagel op de kop slaat. Ze hebben gelijk als ze onze overheid een onvoldoende geven inzake mobiliteit. Maar waar ik Voka totaal niet in kan volgen, is dat het (bijna) alleen maar heil ziet in het bijleggen van extra rijstroken en vooral dat het nalaat om in eigen boezem te kijken. Werkgevers moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen, in plaats van die volledig door te schuiven naar de overheid. Meer nog dan vanuit ecologisch standpunt is het vanuit economisch standpunt absoluut absurd dat werkgevers hun mensen dagelijks de file in sturen, vooral omdat er alternatieven zijn. Ook met betrekking tot de work-life-balance kan ik er echt niet goed bij dat nog zo veel werkgevers vasthouden aan de ongeschreven wet dat alle werknemers op hetzelfde uur met de auto van en naar hun werk moeten pendelen. Dat is toch vragen om problemen?”

De zaakvoerder somt de alternatieven op. “Wekelijks moeten mijn medewerkers en ik interviews gaan afnemen of projecten bespreken op diverse locaties, verspreid in het land. Bijna nooit staat iemand van ons in de file. Ik heb ons kantoor doelbewust gevestigd op wandelafstand van het station. Ik heb mijn werknemers niet toegelaten, maar zelfs verplicht om twee dagen per week thuis te werken. En als we ons toch moeten verplaatsen, nemen we de trein. De afstand tussen het station en de plaats van afspraak overbruggen we doorgaans met Blue Bikes of eventueel met Cambio, tram of bus. Soms zijn we langer onderweg dan wanneer we de auto zouden nemen, maar we verliezen wel minder productieve uren omdat we in de trein ook verder kunnen werken, wat onmogelijk is in de file. Puur vanuit economisch standpunt verdienen we er dus geld mee om niet voor de auto te kiezen. En dan hebben we het nog niet gehad over de stress die files veroorzaken bij werknemers. Daar hebben onze mensen nooit last van. Op korte termijn levert dat gelukkigere werknemers op en op langere termijn vertaalt zich dat ook in minder ziekteverzuim.”

file-E3131-300x204Neven is ook realistisch: “Uiteraard zijn de oplossingen die ik voorstel (thuiswerk, openbaar vervoer, Blue Bikes,…) niet voor iedereen haalbaar. Vertegenwoordigers die koffers met stalen moeten meezeulen, bouwvakkers, productiearbeiders,… kunnen natuurlijk niet anders dan zich met de auto verplaatsen van, naar en tijdens hun werk. Maar anderzijds blijven er nog heel wat pendelaars over waarvoor de alternatieven wel haalbaar zijn, maar waarbij de werkgever halsstarrig blijft vasthouden aan het autogebruik en niet open staat voor thuiswerk. Dat druist in tegen elke vorm van gezond verstand. Als 1/3 van deze werkgevers ons voorbeeld zou volgen, zouden de files flink ingekort worden. Daar profiteren dan ook weer de werknemers van die geen andere keuze hebben dan de auto te gebruiken.”

Hij vindt dat Voka het voortouw moet nemen. “Waarom laat Voka zich totaal onbetuigd in deze kwestie? Waarom roept Voka zijn leden nooit eens op om wat meer gezond verstand aan de dag te leggen bij hun mobiliteit? En waarom geven de kaderleden van Voka hierbij zelf niet eens het goede voorbeeld? En waarom pleit Voka niet bij de overheid om bedrijven die daadwerkelijk werk maken van duurzame mobiliteit fiscaal of financieel te belonen? Waarom bijvoorbeeld niet de sociale lasten verlagen van bedrijven die thuiswerk toelaten en promoten? In hun 24 pagina’s tellende Groeipaper worden amper twee alinea’s besteed aan het mobiliteitsbudget en aan een aangepaste verkeersfiscaliteit. De rest bestaat uit een (goed gedocumenteerde) klaagzang over de files en een pleidooi voor meer investeringen in weginfrastructuur. Opmerkelijk hierbij is dat Voka ervoor pleit om procentueel minder te investeren in openbaar vervoer en meer in wegeninfrastructuur. Dit staat haaks op de inzichten van verkeersspecialisten als professor Willy Miermans van UHasselt.”

En Rik Neven besluit: “Op pagina 2 van het Voka Groeipaper lees ik: ‘Door jarenlang kortetermijndenken te laten primeren, worden we nu met de rug tegen de muur geduwd. Niets doen is geen optie meer en kost ons geld in de vorm van verloren uren in de file.’ Dat is 100% juist, maar mijns inziens slaat die passage evenzeer op Voka als op de overheid…”