Sinds de aankondiging van de sluiting van Ford Genk eind 2012, is het aantal banen in het Limburgse toerisme met bijna een vijfde gestegen. Dat blijkt uit een berekening van Toerisme Limburg en Toerisme Vlaanderen op basis van cijfers van de RSZ en RSVZ. “De economie van de vrije tijd is uitgegroeid tot een sterk economisch speerpunt”, aldus gedeputeerde van Toerisme Igor Philtjens.

Vorig jaar noteerde de Limburgse toeristische sector ruim 4,1 miljoen overnachtingen, iets minder dan in het recordjaar 2016. In totaal werd onze provincie door bijna 1,3 miljoen toeristen bezocht die gemiddeld 3,19 dagen bleven. “Onze provincie is daarmee uitgegroeid tot een populaire bestemming voor een dichtbijvakantie”, aldus Igor Philtjens. Sinds 2013 steeg het aantal overnachtingen in Limburg met 18 procent, met een grote sprong in 2015. Toen steeg het aantal overnachtingen met 14 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Tien procent

De stijging van het aantal overnachtingen heeft ook een impact op de werkgelegenheid in de toeristische sector. In 2012, het jaar dat de sluiting van Ford Genk werd aangekondigd, waren alle bedrijven goed voor 29.123 jobs, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. In 2016 was de werkgelegenheid gestegen naar 34.781, een toename van 19 procent. “Vandaag tellen we minstens 35.000 jobs, wat overeenstemt met 9,5 procent van de totale Limburgse tewerkstelling” zegt Philtjens. “De sector heeft er mee voor gezorgd dat Limburg de sluiting van Ford Genk heeft achter zich gelaten.”

Hij steekt de pluim op de hoed van de ondernemers. “De goede cijfers zijn de grote verdienste van de toeristische ondernemers die hierdoor welvaart en jobs creëren in onze provincie. Jobs die bovendien hier verankerd zijn. Anno 2018 is de economie van de vrije tijd uitgegroeid tot een economisch speerpunt, zowel in termen van ondernemerschap als van jobs.”