De verkiezingskoorts stijgt stilaan bij de Limburgse gemeentebesturen. Toch leidt dit voor bedrijven nauwelijks tot minder lokale belastingen in 2018, zo blijkt uit de analyse van de belastingtarieven door VKW Limburg en de Contactgroep Limburgse Industrieregio’s (CLI).

Daarmee wordt een traditie doorbroken, want in het verleden werd de verhoging van de bedrijfsfiscaliteit aan het begin van de legislatuur, aan het einde ervan toch een stukje gecompenseerd. Dat lijkt nu veel minder het geval. Slechts vijf gemeenten wijzigen één van hun voornaamste belastingtarieven. In de overige 39 gemeenten blijven de belastingtarieven behouden.

Naast een verdere lichte daling in Bilzen, valt vooral de daling van de aanvullende personenbelasting in Opglabbeek en Meeuwen-Gruitrode (vanaf 2019: samen Oudsbergen) op. “Nominaal gaan de tarieven voor de opcentiemen in 2018 in alle gemeenten sterk omlaag, maar dat is slechts schijn”, zegt Tine Thijsen, manager Lokale Werking bij VKW Limburg. “Omdat de Vlaamse basisheffing voor de onroerende voorheffing steeg van 2,5% naar 3,97%, dienden de opcentiemen decretaal omgerekend te worden. Bree (derde jaar op rij) en in mindere mate Dilsen-Stokkem maken hiervan gebruik om de tarieven verder te laten dalen. De provinciale opcentiemen gaan naar beneden, wat de inperking van de provinciale bevoegdheden vanaf 2019 weerspiegelt. Met een afschaffing laat Meeuwen-Gruitrode zich ook van zijn beste kant zien op vlak de belasting op drijfkracht van motoren. Toch heffen nog steeds 15 Limburgse gemeenten deze voor onze economie zeer nadelige belasting.” Al in 2000 riep VKW Limburg op om de afschaffing van de belasting drijfkracht op motoren af te schaffen. 15 gemeenten zijn daar tot dusver op ingegaan.

“Creatieve belastingen”
Om de totale belastingdruk op bedrijven correct in te schatten moet er echter ook rekening worden houden met belangrijke specifieke bedrijfsbelastingen die een aantal gemeenten bijkomend heffen. “In Houthalen-Helchteren is er zo de ‘bedrijfsbelasting’, in Sint-Truiden de ‘algemene dienstenbelasting’. Maaseik en Lanaken heffen de ‘algemene gemeentebelasting’. Opvallend is dat in deze gemeenten, op Lanaken na, het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelasting reeds boven het Limburgse gemiddelde ligt. Daarnaast leven veel gemeenten zich creatief uit in talloze kleinere belastingen die bedrijven treffen, gaande van reclameborden over drankslijterijen tot financiële instellingen. Een gemeente als Dilsen-Stokkem toont hier de weg door in 2018 dit soort belastingen af te schaffen. Aan de andere kant dient ook gezegd dat sommige gemeenten, zoals Genk, As, Lanaken en opnieuw Dilsen-Stokkem een pluim verdienen omwille van de fiscale vrijstellingen of premies die zij hanteren om ondernemerschap en bedrijvigheid in hun gemeente te stimuleren en extra werkgelegenheid aan te moedigen.”

“Dit moet stoppen”
Ruben Lemmens, gedelegeerd bestuurder van VKW Limburg, besluit: “De totale belastingdruk op onze bedrijven is bij de hoogste ter wereld. Helaas blijft ook de lokale fiscale druk op onze Limburgse bedrijven daar – globaal gezien – in belangrijke mate toe bijdragen. In de huidige legislatuur zijn de opcentiemen op de onroerende voorheffing gemiddeld opnieuw sterk gestegen, net zoals in de twee voorgaande legislaturen. Niet minder dan 12 gemeenten hanteren nu een hoger tarief dan in 2012, terwijl het slechts in 3 gemeenten omlaag ging. Die stapsgewijze belastingverhoging bij iedere nieuwe bestuursperiode moet stoppen. Steden en gemeenten dienen oog te hebben voor het stimuleren, ondersteunen en koesteren van de bedrijven, want het zijn zij die zorgen voor de welvaartscreatie van de gemeente en hun inwoners. Een goede dienstverlening is daarbij het Olympisch minimum. Met positieve stimulerende maatregelen en lage lasten tonen gemeenten dat bedrijven er echt welkom zijn. De Limburgse ondernemingsclubs en VKW Limburg roepen de gemeenten dan ook op om nu al na te gaan hoe na de gemeenteraadsverkiezingen werk kan worden gemaakt van een verlichting van hun fiscale lasten op de lokale bedrijven.”