Complix, een jong bedrijfje uit Diepenbeek dat biotherapeutica ontwikkeld voor de behandeling van kanker, heeft een megadeal gesloten met de multinational Merck & Co (MSD). Complix ontvangt voorafbetalingen, research financiering en mijlpaalbetalingen voor een bedrag dat kan oplopen tot 280 miljoen US dollar.

cellen complixComplix werd opgericht in 2008 en is gevestigd in de incubator BioVille op de universitaire campus in Diepenbeek. Investeringsmaatschappij LRM en tal van risicokapitaalverschaffers brachten bij diverse kapitaalrondes in 2008, 2010 en 2013 in totaal meer dan 20 miljoen euro in. Hiermee wordt de ontwikkeling gefinancierd van een nieuwe methode om kanker en auto-immuunziekten te behandelen. Het gaat om een technologie, Alphabodies genaamd, waarmee kleine proteïnen kunnen ingebracht worden in aangetaste cellen. Onderzoeksresultaten tonen aan dat hierdoor de interacties in tumorcellen kunnen geblokkeerd worden, wat cruciaal is tegen de initiatie en progressie van diverse kankers.

Het farmaconcern Merck gelooft sterk in de technologie van Complix en heeft zich daarom geëngageerd tot een vergaande samenwerking. Volgens de overeenkomst zal Merck alle onderzoeksactiviteiten van Complix financieren en heeft de multinational een optie op de exclusieve, wereldwijde rechten op de resulterende producten. Merck draagt daarbij alle bijkomende ontwikkelings- en commercialiseringskosten. Het Diepenbeekse bedrijf heeft recht op voorafbetalingen en potentiële mijlpaalbetalingen voor een totaal bedrag van 280 miljoen US dollar, alsook op royalties bij verkoop.

Dr. Mark Vaeck, CEO van Complix, licht toe: “Deze samenwerking met Merck is een zeer belangrijke mijlpaal voor Complix en benadrukt het potentieel van ons uniek platform, dat het potentieel heeft om baanbrekende biotherapeutica te produceren voor de behandeling van kanker. Met een partner van dergelijk hoogstaande kwaliteit, heb ik er het volste vertrouwen in dat we snel vooruitgang zullen boeken in de ontwikkeling van belangrijke kandidaat-medicijnen tegen de kankerdoelwitten.”