“Als ze vragen wat haar ouders doen, zegt mijn dochter altijd: ‘Mijn papa organiseert feestjes, mijn mama staat aan de vuilkar’”, kan Martine Meuws (38) er zelf om lachen. Het is dan ook niet helemaal áán de vuilkar: de jonge moeder uit Paal (Beringen) leidt al vijf jaar de Houthalense vestiging van afvalophalings- en verwerkingsbedrijf Veolia Environmental Services. Eén vrouw tussen 130 arbeiders. “Ze weten intussen wat ze aan me hebben: ik ben correct, maar de baas.” Ze komt zelf meteen de deur opendoen, als ik aanbel bij Veolia op Centrum-Zuid in Houthalen. “Het gebeurt geregeld dat mannelijke bezoekers of verkopers denken dat ik de secretaresse ben. ‘Of ze de baas kunnen spreken?’ Vind ik heerlijk om dan te zeggen dat ik dat ben. Grappig”, vertelt Martine Meuws. Ze heeft het dan ook gemaakt in een sector die nog steeds dominant mannelijk is, de naam is één van de weinige vrouwelijke trekjes van afvalophalings- en verwerkingsbedrijf Veolia Environmental Services. “Neen. Ik vind wel dat je je als vrouw harder en meer moet bewijzen om door te stoten, maar vanaf dan draait het volgens mij om competentie. Ik heb het dan ook niet op quota’s: zoveel vrouwen, zoveel allochtonen, zoveel… Het moet gaan om wat je doet, niet wie of wat je bent.” Het zijn woorden die ze van thuis heeft meegekregen. “Als je iets wilde, moest je ervoor werken. Dat bekostigde ik zelf, met een vakantiejob.” Vader Meuws, zelf ex-mijnwerker, heeft trouwens redenen genoeg om trots te zijn. Bijzonder sterke genen heeft hij doorgegeven: naast een sitemanager bij Veolia, heeft hij met dochters Claire en Annemarie ook nog een directeur human resources bij Daf Geel en een directrice bij de Hummeltjes in de familie. “Pa is content dat zijn dochters toch nog goed terechtgekomen zijn”, grapt ze. “Het is een man van weinig woorden, maar we merken dat hij vu het knap vindt. Zelf is hij op zijn veertiende in de mijnen gaan werken, hij heeft het uiteindelijk ook geschopt tot conducteur. Ergens zat de ambitie er bij ons thuis al wel in maar of ik het voor mezelf zo had uitgestippeld? Leuven wilde ik niet omdat je maar één keer per jaar examens had. Maar ik ben wel meteen op kot gegaan.” Na Diepenbeek deed ze er nog een jaar bedrijfsadviseur in Brussel bovenop. Een beetje zoals nu, denk ik. Ik heb een job gevonden bij de Begeleidingsdienst Limburgs Mijngebied (BLM, een dienst die midden jaren ‘90 werd opgericht om ex-mijnwerkers aan het werk te helpen, nvdr). “Vijf jaar lang heb ik als business analyst gewerkt. Ik heb in die jaren veel samengewerkt met de plaatselijke sitemanagers.” Maar de dagelijkse pendelbeurt – eerst naar Brussel en later naar Antwerpen – begon te wegen. Vooral toen Martine in 1999 mama werd van dochter Marie. Wat ik toen – en nu – deed, had ik nooit gekund zonder de steun van mijn ouders: zij zorgen voor opvang, zeer flexibele opvang.” Een vacature op de Veolia-site in Houthalen bracht de oplossing: eerst even als ondersteuning van de toenmalige sitemanager, intussen is ze zelf al vijf jaar de baas. “Het afgelopen jaar is zwaar geweest: eerst was er een zware brand in juni en dan kwam er die staking op het einde van het jaar. Ik hoop dat 2010 een beetje kalmeert.” Een staking is voor niemand aangenaam, maar het wordt helemaal akelig als half Limburg opeens betrokken partij wordt: door de staking van de afvalophalers bleven in verschillende gemeenten de vuilnis- acht est: g ” zakken netjes op straat staan. Natuurlijk voel je je aangesproken. Dat begreep mijn zus niet altijd.” Haar open, vranke stijl heeft haar overigens bijna BV-schap opgeleverd. Zelfs van mensen die ik al jaren niet meer gezien had. Haar juffrouw heeft het daar op het prikbord geplakt: daar hang ik, niet geslapen, met wallen onder de ogen.” Haar computer probeert ze thuis zo weinig mogelijk aan te zetten, maar in het hoofd blijft het werk toch geregeld spoken. Vinden we allebei heel leuk.” Hoe zou ze zichzelf omschrijven als baas? Terwijl een man wel al eens zijn gevoelens mag uiten op moeilijke momenten.” Elke dag als vrouw tussen 130 arbeiders is niet evident. “Neen, ze weten dat ik zoiets niet vind kunnen. In het begin zullen ze hier waarschijnlijk wel opgekeken hebben: ‘Wat komt dat kleine ding doen?’ Maar intussen weten ze wat ze aan mij hebben.” Haar woorden komen eruit als een waterval. “38 jaar.