Loonkosten doen Liebaert liquideren

Liebaert Staalbouw gaat vrijwillig in vereffening. Dat heeft stichter-eigenaar Bert Liebaert aangekondigd. “De vaste kosten, vooral de lonen ten opzichte van het buitenland, zijn veel te hoog. Ik kan de verliezen niet blijven wegwerken,” zegt hij.

Liebaert Staalbouw groeide in de jaren ’90 en 2000 uit tot een specialist in de constructie van grote industriële hallen, zowel in België als in het buitenland. Vooral als er op korte tijd grote oppervlaktes moesten gebouwd worden, ging Liebaert vaak met het order lopen. “We hadden daarvoor fors geïnvesteerd in capaciteit en in kwaliteit,” aldus Bert Liebaert. “Mensen, machines, voorraad, maar ook in technieken om te voldoen aan de strenge eisen van de Duitse markt en van de petrochemie.” Die keuze bracht echter hoge vaste kosten met zich mee.

“Toen dan rond 2009 de binnenlandse markt ineen is geklapt, hebben we het geweer van schouder veranderd,” legt Liebaert uit. “We zijn dan van algemeen aannemer teruggeplooid op de core business, met name het produceren, leveren en monteren van staalconstructies voor andere industriebouwers. Dat heeft de verliezen enigszins kunnen terugdringen, maar de problemen in de markt waren niet van de baan. In het binnenland kregen we af te rekenen met concurrenten die alleen met goedkopere buitenlandse arbeidskrachten werkten, en ook in Nederland en Duitsland werd gekozen voor materialen uit Tsjechië, Roemenië, enzovoort. Het gevolg was dat ook de export volledig wegviel.”

liebaert-archiefHet aantal medewerkers was intussen teruggelopen van 115 naar 30. De vestiging Befima in Genk werd al gesloten. “Dankzij de inkomsten van mijn andere vennootschappen heb ik de verliezen altijd kunnen bijpassen,” aldus nog Bert Liebaert (links op de archieffoto). “Het laat me ook toe om vrijwillig in vereffening te gaan, en dus niet het faillissement aan te vragen. Nu kan het nog, volgend jaar misschien niet meer. Ik ben bovendien 66 jaar. Mijn zoon Stefan heeft een aantal jaren geleden voor een eigen onderneming gekozen (Advenioz), dus familiale opvolging is er niet. De managers zien het ook niet zitten om over te nemen, dus moeten we er nu mee stoppen. Jammer? Ja, natuurlijk. Maar het is nu eenmaal zo.”