Limburgse bouwsector hoopvol voor de toekomst

Naar aanleiding van het bouwverlof voerden Confederatie Bouw Limburg en Voka Limburg hun jaarlijkse bouwenquête uit. Daaruit blijkt dat -net zoals vorig jaar- de Limburgse bouwondernemingen verwachten dat hun omzet en winst hoger zal zijn dan een jaar eerder.

De bouwsector groeide het afgelopen jaar met 3,5%. Daarmee was de bouw ook in Limburg telkens één van de sterkhouders van onze economie. Die trend houdt aan. Een meerderheid van de respondenten (54%) verwacht dat de totale omzet in 2017 zal stijgen. Een vijfde van hen (20%) verwacht wel dat de totale omzet zal afnemen. Ongeveer een vierde van de Limburgse bouwondernemingen verwacht een status quo (26% t.o.v. 30% in 2016).

Voor de Limburgse bouwondernemingen liggen de verwachtingen in 2017 hoger dan de voorbije jaren. 43% van de respondenten verwacht dat de winst in 2017 zal stijgen t.o.v. 2016. Positief is dat slechts een kwart van de Limburgse bouwondernemingen verwacht dat de winst zal dalen (t.o.v. 31% in 2016).

Wat de orderportefeuille betreft liggen de verwachtingen min of meer in de lijn van vorig jaar. Een tiende van de Limburgse bouwondernemingen heeft een orderportefeuille die minder dan één maand gevuld is (8% in 2016). 37% van de respondenten heeft een orderportefeuille die tussen één en drie maanden gevuld is (t.o.v. 39% in 2016). Slechts 21% van de respondenten beweert een orderportefeuille van meer dan zes maanden te hebben na het bouwverlof.

Chris Slaets, gedelegeerd bestuurder van Confederatie Bouw Limburg: “Onze Limburgse bouwondernemingen kijken rooskleurig naar de toekomst. In vergelijking met vorig jaar verwachten nu meer Limburgse bouwondernemers een omzet- en winststijging en dat is uiteraard positief om vast te stellen. Een aantal elementen zijn cruciaal voor deze toename in omzet en winst. Vorig jaar waren respectievelijk de algemene economische groei en haalbare loonkosten het meest bepalend voor de groei van de bouwondernemingen (59% en 56%). In 2017 verschuiven de haalbare loonkosten naar de derde plaats (43,55%) en de algemene economische groei naar de tweede plaats (50%). Op nummer één staat dit jaar geschikte arbeidskrachten (52% t.o.v. 44% in 2016). Investeringen in overheidsinfrastructuur en betaalbare grondstofprijzen zijn minder bepalend (respectievelijk 19,35% en 7,26%).”

Johann Leten van Voka Limburg vult aan: “De trend op vlak van internationalisering in de Limburgse bouwsector is de laatste jaren stabiel. Een beperkt aandeel van de Limburgse bouwondernemingen is actief in het buitenland. Wel stellen we een verschuiving over de provinciegrens vast. In 2016 realiseerde een vijfde van de Limburgse bouwondernemingen (20%) minstens 60% van haar omzet buiten Limburg maar binnen België. In 2017 is dit opgelopen tot 31% van de Limburgse bouwondernemingen.”

En nog dit: een derde van de Limburgse bouwondernemingen (30% t.o.v. 31% in 2016) doet een beroep op buitenlandse werknemers. Vorig jaar was de loonkost de voornaamste reden om met buitenlandse werknemers te werken (13% in 2016 t.o.v. 6% in 2017), maar dit jaar is de krapte op de arbeidsmarkt de voornaamste reden (18% t.o.v. 6% in 2016). Drie op de vier werknemers uit het buitenland (75%) is afkomstig uit Oost-Europa. De overige arbeidsmigranten zijn afkomstig uit de buurlanden of Zuid-Europa.