Limburg is – wanneer we alle jobs omrekenen in voltijdse jobs – goed voor zo’n 7,5 procent van de Belgische werkgelegenheid (270.000 jobs op 3,7 miljoen). Maar, de uitzendarbeid in deze provincie is goed voor zo’n 10,5 procent van het totaal (9.494 jobs op 91.127). Dat betekent dat in België 2,5 procent van de jobs op interimbasis zijn, terwijl we in Limburg komen aan 3,5 procent. De verklaring hiervoor is dat er vooral in de sectoren metaalindustrie, vervoer en logistiek, distributie en voeding met uitzendkrachten wordt gewerkt om de schommelingen in de markt te kunnen opvangen, en dit precies de sectoren zijn die sterk staan in Limburg. Dat alles blijkt uit een studie van Federgon, de federatie van de uitzendbedrijven.

Uit deze studie blijkt ook dat uitzendjobs heel vaak worden omgezet in vaste betrekkingen. Van iedereen die in 2005 uitzendarbeid deed, had in mei 2006 al 28 procent een vast contract. Na drie jaar, in november 2008, was dat percentage opgelopen tot 61,4. De overgrote meerderheid van degenen die dan nog geen vast contract hadden, deden dan al geen uitzendarbeid meer. Zo was 24,4 procent van hen na 3 jaar werkzoekend, in opleiding of met pensioen.

Ook voor kansengroepen is uitzendarbeid een opstap naar vast werk, aldus nog de studie. Bij de allochtone interimmers van 2005 had in november 2008 zo’n 48 procent vast werk, bij de arbeidsgehandicapten 50,1 procent en bij de laaggeschoolden 52,7 procent. De probleemgroep is de ouderen. Hiervan had na drie jaar maar 29,4 procent vast werk.