Van de bijna 16 miljoen euro die particulieren op een fiscaal gunstige manier in kleinere ondernemingen investeerden, kwam er nog geen 5% van Limburgse belastingplichtigen. Nochtans kunnen ze hierdoor tot 45% van het geïnvesteerde bedrag van hun belastingen aftrekken. “Een gemiste kans”, vinden Unizo Limburg en Kamerlid Wouter Raskin, die de cijfers verzamelde.

Sinds 1 juli 2015 heeft de federale regering een ‘tax shelter’ ingevoerd, waarmee particulieren kunnen investeren in jonge bedrijven. Iedere ‘gewone burger’ kan per jaar 100.000 euro pompen in de onderneming van zijn kinderen, buren, vrienden, enzovoort. Als het gaat om een zogenaamde microvennootschap (max. 700.000 euro jaaromzet en nog enkele criteria), mag de investeerder 45% van het bedrag aftrekken van zijn belastingen. Voor iets grotere KMO’s bedraagt de reductie 30%.

Maar wat blijkt? “Van de bijna 16 miljoen die er in het aanslagjaar 2016 geïnvesteerd werd, kwam er nog geen 5% (392.938 euro) van Limburgse particulieren”, zegt Wouter Raskin (N-VA). “Meer aandacht voor deze maatregel kan geen kwaad. Zowel bij de starters zelf als bij de investeerders moet er een grotere alertheid zijn om de maatregel toe te passen. Zeker als we in uitvoering van het Zomerakkoord een gelijkaardige formule gaan opzetten voor KMO’s die 5 tot 10 jaar oud zijn.”

Unizo Limburg gaat alvast meer ruchtbaarheid geven aan het bestaan van deze tax shelter. “Want niet alleen kunnen de particulieren een belangrijk fiscaal voordeel doen, ze voorzien tegelijk de start- en scale-ups (max. 4 jaar) van kapitaal, en dat is het belangrijkste”, vindt Bart Lodewyckx. “We merken dat de andere tax shelter, voor investeringen in de filmindustrie, meer gepromoot wordt, en dus meer wordt gebruikt. Het zou dus zonde zijn om deze maatregel voor groeibedrijven onderbenut te laten.”