De federale minister van Financiën Steven Vanackere werkt aan een aantal maatregelen om de reconversie in Limburg na de sluiting van Ford Genk te vergemakkelijken. Daarbij wordt er aan gedacht om de vroegere reconversievennootschappen – in het leven geroepen na de mijnsluitingen – een nieuw kleedje aan te meten. Dat zegt Eric Warson, vennoot bij KPMG België, die door het kabinet is gevraagd om maatregelen voor te bereiden. Ook Luik wordt in die plannen betrokken.

Na de mijnsluiting werd in 1984 de reconversievennootschap in het leven geroepen, waarbij investeringen in Limburg bijzondere fiscale voordelen kregen – zoals belastingvrije dividenden. Dat heeft de economische heropleving in Limburg versneld, maar heeft ook tot wat oneigenlijk gebruik geleid. “En dat moeten we voorkomen,” zegt Warson in een gesprek met Het Belang van Limburg. “Bovendien moeten we één en ander in een breder kader zien, en moeten we voldoen aan de eisen van Europa.”

Warson denkt aan drie maatregelen:

– Om te beginnen wil hij de bestaande belastingafrek voor octrooi-inkomsten uitbreiden naar innovatieve projecten. “Dat geldt voor alle Belgische bedrijven, en zou de Belgische achterstand op vlak van innovatie en onderzoek & ontwikkeling helpen wegwerken,” zegt Warson, die zich sterk maakt dat Europa daar wel mee kan leven. “In Nederland en Luxemburg is dit al enkele jaren van toepassing,” zegt hij.

– Daarnaast wil hij de reconversievennootschap van weleer een nieuw kleedje aanmeten. “Nieuwe bedrijven die in Limburg of Luik, ook zwaar getroffen door de afbouw van de staalindustrie, investeren in innovatieve diensten of producten, nieuwe businessmodellen of productieprocessen, zouden voor een bepaalde periode – ik denk aan vijf of tien jaar – een (gedeeltelijke) belastingvrijstelling kunnen genieten. Voorwaarde is dat ze investeren in innovatie en jobs creëren, én dat ze de winsten herinvesteren. Dat laatste is ook erg belangrijk,” stelt Warson, die daarover overlegd heeft met EU-specialisten.

– Een derde maatregel is de innovatievennootschap, ook bestemd voor Limburg en Luik. “Loonkosten zijn een zware handicap voor bedrijven die aan fundamenteel onderzoek en ontwikkeling willen doen. In ruil voor het aantrekken van wetenschappers en vorsers maar ook ingenieurs of creatieve geesten, krijgen deze bedrijven ook tijdelijk een vermindering van de bedrijfsvoorheffing.”

Kosten
Warson benadrukt dat de twee laatste maatregelen, de reconversievennootschap en innovatievennootschap, geen extra kosten voor de overheid betekenen. “Want het gaat om fiscale voordelen voor nieuwe initiatieven en bedrijven,” aldus Warson. Samen met bestaande troeven – zoals de weliswaar verminderde notionele intrestaftrek en ruling (bindende afspraken met de fiscus) – moet dat Limburg en Luik aantrekkelijk maken voor binnen- en buitenlandse investeerders.

Henk Mahieu, bij het kabinet Vanackere verantwoordelijk voor Economie, Buitenlandse Handel en Overheidsbedrijven, bevestigt het voornemen van de minister. “Bedoeling is dat we de regio’s Limburg en Luik snel weer op de rails krijgen,” zegt Mahieu. “Maar we zijn er nog niet,” waarschuwt hij voor overdreven optimisme. “We werken voor deze complexe materie op verschillende niveaus samen met verschillende mensen. We moeten er ook voor zorgen dat onze plannen de goedkeuring van Europa kunnen wegdragen. Het zal niet nog voor morgen zijn,” aldus Mahieu.