Leopoldsburg telt meeste leegstand van winkels

De leegstand van winkelpunten is het afgelopen jaar in heel België onverminderd gegroeid. Inmiddels staat 7% van alle panden leeg, in 2011 was dit 6,6%, en in 2008 was dit nog 5,2%. In vierkante meters hebben we het over ruim 1,3 miljoen vierkante meter lege winkels. De cijfers komen van studiebureau Locatus en werden voorgesteld door Unizo-Limburg.

In onze provincie staan 1.464 panden leeg, op een totaal van 17.774. Het leegstandspercentage in Limburg is met 8,2% fors hoger dan het gemiddelde. Antwerpen doen even slecht, Oost-Vlaanderen scoort het best met 4,9%. In Wallonië voert de provincie Luik het peloton aan met 9% leegstand.

Op gemeentelijk vlak zien we in Limburg heel wat verschillen tussen de Limburgse gemeenten: de hoogste leegstand vinden we terug in Leopoldsburg (13,9%), Genk (11,2%), Hechtel-Eksel (10,8%), Maasmechelen en Neerpelt (beiden 10,2%) en Bilzen (10,0%). De laagste leegstand – Herstappe even buiten beschouwing gelaten – is er in Limburg in de gemeenten Lummen (2,5%), Peer en Bocholt (3,0%), Kinrooi (3,1%), Nieuwerkerken (3,7%) en Riemst (3,9%). In vergelijking met 2008 is de leegstand in 33 Limburgse gemeenten gestegen, in 10 gemeenten gedaald en gelijk gebleven in Herstappe.

Dit alles maakt dat begin 2012 Limburg een leegstand kent in de detailhandel van 131.687 m² op een totaal van 1.776.593 m². Dit is dus een leegstandspercentage van 7,4%.

Baanwinkels zijn schuldige
Volgens Unizo-Limburg zijn er diverse redenen voor de toename van de leegstand. “De ongebreidelde en vaak ondoordachte ontwikkeling van baanwinkels en shoppingcentra aan de rand van steden en gemeenten is er zo één”, zegt Patrick Buteneers, directeur Belangenbehartiging. “Jarenlang hebben gemeenten bovendien naar het probleem gekeken zonder een pasklaar antwoord te geven. Ze zijn pas 5 tot 10 jaar geleden in actie geschoten, vaak met onsamenhangende maatregelen die het beoogde effect misten.”

Als oplossing heeft Unizo een actieplan uitgewerkt, waarin onder meer wordt gepleit voor een planmatige, multidiscplinaire aanpak, een versoepeling van bouwkundige voorschriften en het aanstellen van wijkmanagers om eigenaars te activeren.