Lees hier het interview met "Ford-boeman" Stephen Odell

Op 24 oktober maakte Ford een beslissing bekend die onze provincie nog voor jaren zal tekenen. Voor het eerst sinds de aankondiging nam Europees topman Stephen Odell tijd voor een gesprek met Het Belang van Limburg. Over de ernst van de crisis in de auto-industrie, over de noodzaak van de maatregelen die nu werden genomen en over het feit dat de beslissing om Ford Genk te sluiten niet lichtvaardig werd genomen. “Ik blijf het herhalen: de werknemers van Ford Genk hebben niets verkeerd gedaan.”

U hebt de voorbije weken moeilijke aankondigingen moeten doen. Wat doet dat met een mens?

“Het waren geen gemakkelijke beslissingen, niet om te nemen, niet om mee te delen en al helemaal niet om te aanhoren. Ik heb het herhaaldelijk gezegd: de mensen in de betrokken fabrieken hebben niets verkeerd gedaan. Neem nu Genk, vijftig jaar lang hebben de weknemers met trots gewerkt, met goede vakbonden, met de steun van de lokale overheden. Ik begrijp de emoties die na de aankondiging naar boven komen heel goed. Deze beslissing heeft een diepe impact op de levens van heel veel mensen. Wij begrijpen maar al te goed dat wij een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van deze mensen. Deze beslissingen zijn moeilijk voor alle betrokkenen, maar ze waren hoe dan ook ingegeven door de voortdurende verslechtering van de situatie.”

Eén van de eerste reacties was er een van ontgoocheling: Stephen Odell heeft niet het lef om de beslissing zelf te komen meedelen.

“Het plan was dat ons management in Genk de aankondiging zou doen, dat we daarna in Brussel de politici zouden ontmoeten en in de namiddag ruim de tijd zouden nemen voor de vakbonden. Hoewel het niet de bedoeling was daarmee iemand voor het hoofd te stoten hebben we dat blijkbaar wel gedaan en ik wil mij daar dan ook voor verontschuldigen. Helaas is de ontmoeting toen met de vakbonden niet doorgegaan en ook niet in Keulen vorige week. Toch vind ik dat we vroeg of laat zullen moeten samen zitten.”

Zoals bekend heeft Ford, zoals alle autoconstructeurs in Europa, grote overcapaciteit. Denkt u dat de maatregelen zoals die in Groot-Brittannië en België werden aangekondigd, volstaan?

“Op dit moment zijn er geen aankondigingen gepland. Maar zoals Alan Mulally ook al zei, blijven we de situatie op de voet volgen. Het verschil met de situatie in de VS vijf à zes jaar geleden is dat de overheid in de VS geholpen heeft met de herstructureringen, en dat is niet het geval in Europa. In Frankrijk wordt zelfs steun gegeven aan bedrijven als ze juist niet herstructureren. Maar uiteindelijk moet je hoe dan ook de realiteit onder ogen zien en daar naar handelen, zo verantwoordelijk mogelijk, maar wel met de toekomst van de onderneming voor ogen.”

Sommige analisten beweren dat Ford zijn capaciteit te zwaar heeft ingekort als de economie sneller dan verwacht zou herleven.

“Daar ben ik het niet mee eens. Dit jaar wordt de Europese autoverkoop geraamd op 14 miljoen eenheden, zelfs 13,5 miljoen. Dat is het laagste in 20 jaar. Volgend jaar wordt vergelijkbaar, misschien slechter en daarna is er misschien lichte groei. Natuurlijk zijn we nooit zeker maar onze ramingen verschillen niet zoveel van de collega’s. Als de economie aantrekt, zal dat nog maar geleidelijk zijn.”

Toen uiteindelijk was beslist om een fabriek te sluiten, hoe kwam u dan bij Genk terecht? Was de fabriek te oud, of de loonkost te hoog, of was het simpelweg een kwestie van gebruik van capaciteit?

“Wij zijn dieper naar de scenario’s beginnen kijken aan het begin van het jaar, toen de situatie begon te verergeren. Rekening houdend met het feit dat we nog steeds in de consultatiefase zitten, kunnen we zeggen dat wij er bij het begin van onze investering in Genk van uit gingen dat de Europese auto-industrie aan het herstellen was. Maar dat was niet het geval. In de beslissing werd ook rekening gehouden met toekomstige investeringen en waar we die het best konden doen en het gebruik van de capacteit. Loonkost is wel een onderdeel van de beslissing maar zeker geen doorslaggevend onderdeel.”

Er wordt ons verteld dat arbeidskost in Valencia 30 tot 50 procent goedkoper is dan in Genk.

“Ik heb die cijfers niet bij de hand maar je mag niet alleen rekening houden met het uurloon maar met alle elementen, zoals pensioenen. Maar nogmaals, we hebben vooral gekeken naar waar onze investeringen het best tot hun recht zouden komen en naar het gebruik van de capaciteit.”

Volgende week starten de onderhandelingen met de vakbonden. Hoe lang gaat dat proces duren?

“We denken daar zo’n vier tot zes maanden voor nodig te hebben. Dit zijn voor ons onbekende wateren, dus het is moeilijk om daar een voorspelling over te doen. Wij denken dat vier tot zes maanden volstaan om tot een oplossing te komen die uiting geeft aan onze sociale verplichtingen maar ik wil mij daar niet op vastpinnen.”

In verband met de ontslagpremies werd onlangs het bedrag van 100.000 dollar als gemiddelde genoemd. Was dat wel slim, want de werknemers zien dat bedrag nu al als een aboluut minimum.

“Dat bedrag werd genoemd in een conferentie van analisten en is een gemiddelde in de Verenigde Staten. Het was een algemeen voorbeeld. Wat dat voor Genk zal worden, zal blijken uit ons sociaal overleg maar wij gaan hoe dan ook onze sociale verantwoordelijkheid niet uit de weg.”

Wat zal er met de fabriek gebeuren na 2014?

“Ook dat moet blijken tijdens de consultatiefase. Het is niet gepast om daar nu al iets over te zeggen. Wel is het zo dat nu al twee ondernemingen interesse hebben laten blijken, ofwel voor de fabriek of voor de grond, niet uit de autosector trouwens. We willen samen met de vakbonden bekijken hoe we de site het best kunnen gebruiken voor de toekomst, in functie van zo veel mogelijk werkgelegenheid.”

Het is de bedoeling van Ford om nog twee jaar verder te gaan met de productie in Genk. Is dat nog zinvol, in de wetenschap dat er dit jaar al 90 stempeldagen waren?

“Er is nog altijd vraag naar de auto’s die in Genk gemaakt worden, dus het heeft nog wel degelijk zin. Met name de S-Max en Galaxy zijn nog altijd erg populair in hun segment. Het is ook voor de werknemers zinvol om nog ruim twee jaar verder te gaan. Het geeft hen de kans om op zoek te gaan naar een alternatief.”

Twee weken na de aankondiging kondigde Ford een recordwinst aan, gekoppeld aan een benoemingscarrousel aan de top. Daar werd in België furieus op gereageerd. Begrijpt u dat?

“De winst werd vooral in Noord-Amerika gemaakt. Tot voor enkele jaren werden daar ook enorme verliezen gemaakt, tot ook daar de overcapaciteit werd aangepakt. Je mag niet vergeten dat in Noord-Amerika 50.000 mensen moesten afvloeien. Pas daarna kon een sterke balans worden voorgelegd en werd opnieuw geïnvesteerd in de toekomst. In Europa bedraagt het verlies dit jaar 1,5 miljard dollar, volgend jaar wellicht hetzelfde. Als Ford op dit moment kan investeren in nieuwe producten voor de Europese markt, dan is dat alleen mogelijk door de winsten in Noord-Amerika. Wat betreft de benoemingen aan de top begrijp ik heel goed de frustratie van de mensen. Ze maken deel uit van een hele reeks verschuivingen in het topmanagement waar ik ook deel van uitmaak.”

Belgische advocaten vinden wel degelijk dat Ford het contract heeft verbroken dat in 2010 met de vakbonden werd afgesloten.

“Daar ben ik het niet mee eens. Natuurlijk zullen advocaten daar wel een boom kunnen over opzetten, maar er staat een clausule in het contract, waarvan iedereen trouwens wist, die zegt dat we terug rond de tafel moeten gaan zitten als de economie substantieel verslechterd, en dat is nu wel degelijk het geval. Ik vind dat we ons beter bezighouden met het invullen van onze sociale verantwoordelijkheden tegenover de vakbonden en hun werknemers dan te discussiëren over het contract.

Hoe ziet u Ford in Europa in de volgende vijf of tien jaar?

Blijvend investeren in nieuwe producten. In Amsterdam hebben we 15 nieuwe modellen aangekondigd, en niet zomaar op papier, neen echte auto’s. We zullen blijven investeren in ons merk en in onze dealers, in nieuwe segmenten en in bedrijfswagens. Dankzij de strategie ‘One Ford’ zijn daar ook de middelen voor.”