“Geef me de loonkost van Duitsland en ik bouw om de 3 jaar een nieuwe fabriek.” Gilbert Nijs, ondernemer-eigenaar van voedingsbedrijven als Incopack (Dilsen-Stokkem), Eurodesserts (Beringen), Limelco (Zonhoven) of All Freez (Maasmechelen) spreekt krasse taal. Hij ervaart momenteel hoe hard het is te moeten opboksen tegen buitenlandse concurrenten die veel minder diep in de buidel moeten tasten om hun personeel te betalen. “Een werknemer kost mij gemiddeld 50.000 euro per jaar, terwijl mijn grootste concurrent in Duitsland daar 40.000 euro voor moet betalen. Maal 350 werknemers, is dat per jaar een verschil van 3,5 miljoen euro. Op 3 tot 4 jaar tijd kan ik daarmee dus een nieuwe productielijn of een klein bedrijfje bouwen om nieuwe jobs te creëren.” Nijs reageert hiermee op de vaststelling van de Voka-studiedienst dat nergens in Europa de files langer zijn, de belastingen hoger en de loonkosten duurder. Vooral dat laatste stuit onze ondernemers tegen de borst.

1% = 12.000 jobs
“Een uur arbeid kost bij ons gemiddeld 40,5 euro,” weet Voka. “Dat is het hoogste cijfer in de eurozone en liefst 16 procent meer dan in de buurlanden. Voor een gemiddelde werknemer gaat van die uurloonkost 56 procent naar de overheid in de vorm van sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing. Ook dat doet niemand ons na. We prijzen ons volledig uit de markt. De loonkostenhandicap bedraagt in centen bijna 22 miljard euro. Eén procent verlaging van de loonlasten levert minstens 12.000 jobs op. De loonhandicap volledig wegwerken, levert dus ruim 150.000 jobs op. Het wegwerken van de loonkostenhandicap zal natuurlijk enkele jaren vergen, maar het is belangrijk dat er nu al een eerste stap wordt gezet.”

“Een voorbeeld uit de dagdagelijkse realiteit is het verlies van het Action-dossier voor de industriezone Genk-Zuid,” zegt Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka Limburg. “Winkelketen Action besliste een nieuw distributiecentrum op te starten in het Nederlandse Echt-Susteren en niet bij ons. Hierdoor liep deze regio 600 jobs mis. We vrezen dat de beslissing te maken had met de hoge arbeidskosten in ons land. Op deze manier kunnen we niet concurreren met het buitenland.”