“Dit is het best gelegen industrieterrein van Vlaanderen. We willen dat de 100 hectare onmiddellijk worden vrijgegeven om nieuwe activiteiten te ontplooien, goed voor zeker 2.000 jobs.” Dat was precies 8 jaar geleden de eis van de Limburgse werkgeversorganisaties over de uitbreiding van het industriegebied Zolder-Lummen Zuid, beter gekend als de Groene Delle. De Vlaamse overheid lijkt nu pas de knoop door te hakken: 70 hectare wordt natuurgebied, de rest mag als bedrijvenzone worden ingekleurd.

Er woedt al lang een hevige strijd over de eindbestemming van een grote lap grond tussen de E313 en het Albertkanaal, in het verlengde van het industriegebied Zolder-Lummen. De 100 hectare bevindt zich op grondgebied van Hasselt en Lummen. Het voornaamste gedeelde wordt vandaag ingevuld door een gemengd bos van eiken, berken en naaldhout, met centraal een grote plas, die Het Koet wordt genoemd en op hete zomerdagen nogal wat zwemlustige recreanten aantrekt.

De zwemmers willen hun plas behouden, de natuurjongens hebben er deze keer – bij gebrek aan habitat- of vogelrichtlijngebied – Europees beschermde vleermuizen gevonden om de uitbreiding van het industriegebied tegen te gaan. Zij lijken nu aan het langste eind te trekken want 70 hectare van de 102 (om precies te zijn) wordt volgens de meest recente plannen in natuurgebied omgezet. Van de rest is 5,5 hectare al toegekend aan Febelco (groothandel in farmaceutische producten), waardoor er 26,5 hectare overblijft om bijkomende industrie aan te trekken. De voorkeur van de Vlaamse administratie gaat daarbij uit naar een groot Europees distributiecentrum dat gebruik maakt van het Albertkanaal, zo blijkt uit het voorontwerp van het GRUP (Gewestelijk Ruimtelijk UitvoeringsPlan).

Het voorstel wordt nu met diverse adviserende instanties besproken tijdens een plenaire vergadering op 25 januari. De SERR (Sociaal Economische Raad van de Regio) roept alvast op om dit voorstel positief te adviseren, zeker nu door de afslanking naar 26,5 hectare er geen verdere inhoudelijke discussie meer nodig is over mobiliteit of groenbehoud. “Voor de toekomstige economische ontwikkeling en tewerkstelling in Limburg is deze industriegrond van levensbelang”, zegt SERR-voorzitter Jean Vranken. “We mogen immers niet naar morgen kijken, maar moeten verder dan overmorgen denken. Besturen is vooruitzien.”