Door de achterstand op vlak van internationalisering en innovatie in te halen ten opzichte van de rest van Vlaanderen, doet de Limburgse economie het momenteel goed. Tijdens de presentatie van de Toekomstindicator, een jaarlijkse studie die Voka Limburg uitvoert naar de actuele toestand van het lokale bedrijfsleven, bleek wel dat er qua tewerkstelling een achterstand blijft bestaan in Limburg. Vooral de gebrekkige instroom van jongeren in knelpuntberoepen blijft de arbeidsmarkt verstoren.

Het was in aanwezigheid van Vlaams viceminister-president Bart Tommelein dat Voka Limburg de resultaten van de nieuwe Toekomstindicator voorstelde. Directeur Belangenbehartiging Kris Claes had eerst positief nieuws. Door de puike exportprestaties van de Limburgse bedrijven, die zowel het aantal exportcertificaten als de waarde ervan zagen toenemen, kon de Limburgse economie blijven groeien. De totale internationalisering van de provincie overtrof zelfs het Vlaamse gemiddelde, vooral te danken aan het sterk toegenomen aantal buitenlandse investeringen (26, het beste cijfer van de laatste 10 jaar).

francis wantenOok op vlak van innovatie zit Limburg duidelijk in de lift. Een conclusie die werd getrokken op basis van het sterk toegenomen aantal starters (een record in 2015) en het groter geworden aandeel van Limburgse bedrijven in de subsidies voor innovatieve projecten (IWT en Agentschap Ondernemen).

Tot slot had Voka Limburg ook minder goed nieuws. Ondanks het toegenomen werkaanbod in verhouding tot de werkloosheid, bleef Limburg op dat vlak achterop hinken. Het viel op dat de instroom naar knelpuntberoepen zoals schoonmaker, verpleegkundige of vertegenwoordiger minder groot was dan elders in Vlaanderen. De participatiegraad aan het hoger onderwijs verbeterde wel de afgelopen 2 jaar, maar niet spectaculair in vergelijking met andere provincies.

“We zijn dus zeker tevreden met de evolutie op vlak van innovatie en internationalisering,” aldus Francis Wanten, voorzitter van Voka Limburg (foto). “We mogen echter niet op de lauweren rusten. Qua onderwijs, en dan vooral de doorstroming naar de beroepen die om werknemers verlegen zitten, is er nog veel werk aan de winkel.”