Horeca-federatie niet mals voor Bart Claes

Horeca Limburg, de provinciale beroepsvereniging die afhangt van het grote Horeca Vlaanderen, mengt zich in de discussie rond de reorganisatieplannen van cateringbedrijf Bart Claes. Bij monde van voorzitter Dirk Daniëls (foto) wordt gesteld dat de meerderheid van hun leden/horeca-uitbaters zich grote vragen stellen bij de gang van zaken in dit dossier. Wij geven hieronder het volledige standpunt weer van Horeca Limburg zoals dat bij de pers werd verspreid:

1. Hoe kunnen een aantal leveranciers akkoord gaan met een kwijtschelding van schuld van dergelijke omvang. Dezelfde leveranciers handelen ook met “concullega’s” van Bart Claes waarbij wel aan marktconforme betalingsvoorwaarden moet voldaan worden. Dit is niet alleen marktverstorend maar regelrecht concurrentievervalsend.

2. De Wet op de Continuiteit der Ondernemingen mag geen veilige haven worden voor feitelijk reeds verloren ondernemingen of voor kunstmatige constructies waarbij zoveel mogelijk schulden in één vennootschap gecentraliseerd worden om deze dan te laten leegbloeden. Zeker in het geval Bart Claes moeten eerst de totale activa uit de hele groep aangewend worden om de schulden uit de zogezegde enige verlieslatende vennootschap aan te zuiveren. Dan pas mag men beroep kunnen doen op mogelijke reddingsconstructies waarbij het algemeen belang primeert boven privébelangen. Dit moet de kern vormen van een reorganisatieplan en niet een massale al dan niet gedwongen kwijtschelding van schulden.

3. Wanneer deze (en dus ook onze) leveranciers dergelijke kwijtscheldingen economisch en boekhoudkundig kunnen wegwerken in hun bedrijfsvoering, betalen wij dan met z’n allen geen te hoge marges en dus ook prijzen bij deze leveranciers? Dit bevestigt de bevindingen van Prof. Houben uit zijn studie “De Horecasector doorgelicht in Euregionaal perspectief “, waarbij hij vaststelt dat de Belgische aankoopprijzen van voeding en drank beduidend hoger liggen dan in Nederland en Duitsland.
Moeten we als horeca-ondernemers niet eens grondig onderzoeken of we voor ons aankoopbeleid niet meer richting Nederland en Duitsland moeten kijken? Misschien is het wel eens zeer interessant om een vergelijkende studie te organiseren naar de aankoopprijzen in binnen- en buitenland.

4. Tenslotte bevestigt deze hele situatie nog een besluit uit bovenstaande studie: Wanneer je in België een horecabedrijf volledig volgens de regels wil runnen, red je het niet ! Het zijn vooral de parafiscale arbeidskosten in deze arbeidsintensieve sector die ons de das omdoen. Getuige hiervan ook de laatste faillissementscijfers van Graydon, waarbij de horecasector weer eens als gedoodverfde uitschieter zijn rol vervuld heeft.