“Hold-up van natuurverenigingen op bedrijven”

Na de Confederatie Bouw, Voka en Unizo Limburg, heeft nu ook VKW Limburg scherp gereageerd op de plannen om industriegrond te kwalificeren als ‘kwetsbaar waardevol bos’.

“Onze telefoon staat roodgloeiend”, zegt gedelegeerd bestuurder Ruben Lemmens. “De Limburgse bedrijven die van de ene dag op de andere zwaar beknot worden in hun rechtmatige toekomst en uitbreidingsmogelijkheden blijken met veel te zijn. Maar ook talloze burgers en privé-eigenaars worden getroffen. Een regelrechte hold-up van de groene sector op bedrijven en burgers. En dat met de hulp van de politiek.”

Lemmens gaat door: “Dit is een schande. Onaanvaardbaar. Het eigendomsrecht wordt hier zwaar geschonden. Bedrijven en burgers worden in feite gewoon onteigend. Communistische toestanden. Limburg wordt beroofd en gestraft voor haar groene uiterlijk. Misschien moeten we er voor pleiten om nu ook een kaart te voorzien voor economisch meest waardevolle percelen in natuurgebied? Wij roepen onze bedrijven op massaal bezwaar in te dienen tegen deze groene overval en zich juridisch te laten bijstaan. Om hen daarbij te helpen voorzien wij alvast op korte termijn een informatievergadering.”

Volgens VKW Limburg “rammelt de kaart van waardevolle bossen aan alle kanten en toont ze vooral de erg slinkse manier aan van hoe men tewerk is gegaan. Om als waardevol bos aanzien te worden moet een perceel een score van meer dan 21 halen. Eén van de belangrijke criteria is de oppervlakte van het bos waartoe het perceel behoort. Is dat groter dan 30ha krijgt men 10 punten, tussen 10 en 30ha 8 punten etc. Kleine, minuscule stukjes grond die allesbehalve aaneengesloten liggen, worden blijkbaar toch beschouwd als behorend tot een groot bos van meer 30ha.”

En Ruben Lemmens besluit: “Bedrijven zijn niet tegen meer groen, intégendeel. VKW Limburg pleit voor het mogelijk maken van Tijdelijke Natuur. Daarbij krijgen eigenaars en bedrijven rechtszekerheid en de garantie dat op hun voorlopig ongebruikte percelen de natuur haar gang mag gaan, met de garantie dat dit weer mag worden weggehaald als het braakliggend terrein zijn functie van bedrijventerrein opneemt. Zo kunnen dieren en planten zich ongestoord ontwikkelen zolang het terrein niet economisch wordt gebruikt. Dit is een heel logisch idee, dat in Nederland al een aantal jaren in voege is. Als ze zeker zijn dat hun voor bedrijvigheid bestemd terrein nadien niet wordt ingepalmd, zijn bedrijven graag bereid natuur te laten ontwikkelen en er zelfs in te investeren. Het is dus een absolute win-win, die alleen maar leidt tot meer groen en natuur.”