“Moet Limburg één groot natuurreservaat worden en zijn mensen en jobs in onze provincie dan ondergeschikt aan bomen en dieren?” Dat vragen Johann Leten (Voka) en Ruben Lemmens (VKW) zich hardop af. “Het verdict om de uitbreiding van H.Essers aan de Transportlaan te kelderen, is een zware slag in het gezicht van heel ondernemend Limburg. Het natuurfanatisme dat onze provincie teistert is goed op weg om te bewijzen dat het elk initiatief kan dwarsbomen. En de Raad van State lijkt steeds meer op een Raad van Strate. Wie durft in zo’n klimaat straks nog initiatief nemen?”

VKW Limburg en Voka Limburg (een wisselmeerderheid in het werkgeverslandschap) zijn boos. “Het groen fanatisme, in naam van enkele bomen, een fladderende vlinder of een spin, heeft eens te meer een zware hypotheek gelegd op de toekomst van onze provincie. Heeft de groene beweging nu wat ze wil?”, vragen gedelegeerd bestuurders Ruben Lemmens en Johann Leten zich af. “Enkele bomen in een desolaat stukje natuur dat geprangd ligt tussen een op- en afrittencomplex en een bedrijventerrein zijn ‘gered’ en zullen blijven staan. Maar staat daar tegenover dat de kans is verkeken om elders veel waardevollere natuur te laten ontwikkelen, dat 400 potentiële jobs gewoon weg zijn én dat er bovendien veel meer noodzakelijke extra transporten komen tussen de verschillende sites, die met de uitbreiding hadden vermeden kunnen worden. Is DAT dan de duurzaamheid waar de groene milieufanatici naar streven?”

Evenwicht
Ecologie en economie kunnen nochtans perfect hand in hand gaan, vinden Leten en Lemmens. “Maar het milieu-extremisme dat onze provincie teistert, bleef ook in dit uitbreidingsdossier van H.Essers moedwillig alle mogelijke stokken in de wielen steken. In dit land kan je nooit zeker zijn om initiatief te mogen nemen, zelfs niet met alle vergunningen op zak. Essers had alle goedkeuringen, zowel door de stad, de provincie als Vlaanderen afgeleverd op beleidsmatig en ambtelijk vlak. Wat verwachten natuurorganisaties eigenlijk? Dat alle bestaande vergunningsprocedures worden afgeschaft en men voor elk dossier gewoon aan opperrechter Natuurpunt vraagt of het voor hen mag?”

En de directeurs besluiten: “Eender wie kan, eender waar, eender wanneer, eender welk project van grote economische en maatschappelijke waarde onderuit halen. De straat beslist. De sociale media zijn de baas. Zelfs een Oost-Vlaamse komiek, niet gehinderd door enige kennis van de economische noodzaak van dit project, maar enkel gedreven door zijn drang naar media-aandacht en zijn persoonlijke vendetta tegen deze of gene minister, kan als ‘influencer’ de publieke opinie naar zijn hand zetten. En onze politici, die in dit dossier wel hun best hebben gedaan, kunnen niets anders dan besluiten dat hun wetten op korte termijn echt niet werken omdat ze telkens weer gedwarsboomd worden door enkelingen. Dus moeten ze op lange(re) termijn beslissingen nemen en wetten maken die de leefbaarheid van onze provincie, van ons land kunnen garanderen. En niet enkel voor insecten, spinnen en bomen.”