Steven Renette, advocaat met specialisatie in arbeids- en sociale zekerheidsrecht, waarschuwt voor de mogelijke gevolgen van een recent advies van de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie over detachering van werknemers. “We dreigen in een impasse terecht te komen waarbij iedere lidstaat zijn eigen wetgeving naar goeddunken zal toepassen en er mogelijk in 2 landen RSZ zal betaald worden voor identiek dezelfde prestaties”, zegt hij.

Renette is de raadsman van Absa, het Beringse bouwbedrijf dat in een procedure rond detachering is verwikkeld. In de periode 2008-2011, dus al bijna 10 jaar geleden, schakelde Absa 61 werknemers van Bulgaarse nationaliteit in om in België renovatiewerken uit te voeren. “Ze waren allemaal gedetacheerd door een Bulgaarse onderneming”, vertelt Renette. “Ze beschikten over een officieel A1-attest, uitgereikt door de Bulgaarse RSZ. Daarmee bleven ze onderworpen aan de Bulgaarse sociale zekerheid en werden er ook bijdragen betaald op hun loon voor de prestaties die in België werden geleverd. Zo schrijft de Europese reglementering het voor.”

Veroordeling
Maar de sociale inspectie in België vertrouwde de zaak niet en stuurde een rogatoire commissie naar Bulgarije om een onderzoek te doen. Uit het verslag kwam naar voor dat de A1-attesten mogelijk niet rechtmatig waren toegekend. “Hoewel er een bijzondere procedure bestaat die door Belgische en buitenlandse diensten moet gevolgd worden om bij twijfel over A1-attesten, onderling informatie uit te wisselen, heeft de Belgische sociale inspectie in deze zaak op eigen houtje beslist om geen rekening te houden met de Bulgaarse A1-attesten. Daarop is tegen mijn cliënt gevorderd dat de Bulgaren bij hem in dienst waren en dat hij voor 3 jaar sociale bijdragen verschuldigd was voor de 61 werknemers. De rechter in beroep heeft die redenering gevolgd terwijl we in eerste aanleg over de hele lijn waren vrijgesproken”, aldus nog Steven Renette.

Wat is fraude?

Absa trok naar het Hof van Cassatie, in de overtuiging dat een Belgisch rechtscollege niet zomaar een officiële erkenning (A1-attest) uit een andere lidstaat aan de kant mag schuiven. “Cassatie twijfelde zelf en heeft daarom een prejudiciële vraag gesteld aan de Grote Kamer van het Europees Hof van Justitie”, vertelt Renette. “Daar heeft de advocaat-generaal in een advies aangegeven dat een lidstaat inderdaad geen rekening moet houden met een A1-attest indien er fraude in het spel is. Maar: ten eerste is dit slechts een advies en geen uitspraak van het Hof. De uitspraak volgt in januari. Ten tweede bestaat er vandaag geen Europese definitie van wat er onder fraude begrepen moet worden. Dus hebben alle lidstaten vrij spel om uit te maken wat voor hen fraude is en wat niet, waardoor ze naar eigen goeddunken A1-attesten kunnen weigeren. Tot slot betekent volgens het advies “geen rekening houden met” het A1-attest niet hetzelfde als “het intrekken” hiervan. Dus zelfs als België weigert een A1-attest te erkennen en zelf RSZ-bijdragen gaat vorderen, wordt door de buitenlandse werkgever lokaal nog altijd RSZ betaald voor dezelfde prestaties… Gaat de buitenlandse RSZ-instelling zich dan zonder meer neerleggen bij het door België opgedrongen standpunt? Zo ja, zullen de al betaalde sociale bijdragen dan verrekend worden? En welke verjaringstermijnen zijn dan van toepassing? Allemaal hoogst onduidelijk.”

Sociale dumping

Volgens Renette zijn zegebulletins over dit advies (onder meer door staatssecretaris De Backer) niet alleen voorbarig, maar ook misplaatst. “Wetten en procedures zijn er voor iedereen en dus ook voor overheden en inspectiediensten. Omwille van de grote juridische onzekerheid is mijn cliënt al lange tijd geleden gestopt met het detacheren van werknemers”, zegt hij. “Voor anderen die het wel nog doen, zou er best snel duidelijkheid komen. Het moet toch mogelijk zijn om de strijd tegen sociale dumping te voeren binnen een rechtszeker kader,” besluit meester Renette retorisch.