De Belgische overheid moet binnen de twee jaar de verschillen wegwerken tussen de opzegtermijnen van arbeiders en bedienden. Dat heeft het Grondwettelijk Hof beslist. Het arrest van het Hof volgde op een prejudiciële vraag van de Brusselse arbeidsrechtbank.

De huidige wetsbepalingen over de opzegtermijnen blijven voorlopig “gehandhaafd tot de wetgever nieuwe bepalingen aanneemt en uiterlijk op 8 juli 2013”, zo luidt het in het arrest. Die datum valt ook precies twintig jaar nadat de Raad van State de verschillen in de opzegtermijnen als discriminerend bestempelde. Ook de carensdag – een onbetaalde ziektedag voor arbeiders – wordt door het Hof als discriminerend beschouwd.

Tijdens de voorbije onderhandelingen was er een akkoord tussen vakbonden en werkgevers over een geleidelijke overgang. Dat akkoord werd toen afgeschoten door het ACLVB en het ABVV.

Belga/GC