Michel Fryns, telg van de Hasseltse stokersfamilie, heeft het failliet verklaarde Wissels overgenomen. Fryns is van plan om het jenever stoken in Hasselt nieuw leven in te blazen. “Wissels blijft in Hasselt, dat is zeker”, zegt Michel Fryns (bijna 58). “We gaan resoluut voor een topproduct dat het internationaal kan maken.”

Het was Michels voorvader Guillaume Fryns die in 1887 met stoken begon. Dit jaar zou Fryns, dat ondertussen eigendom is van het Gentse Bruggeman, zijn 130ste verjaardag vieren. Bruggeman besloot echter in 1995 om de productie in Hasselt stop te zetten. Michel Fryns stortte zich nadien met Hasselt Millésime op de wijngroothandel. Ook dat andere grote Hasseltse jenevermerk Smeets was ondertussen via Konings in handen van Bruggeman terechtgekomen.

Met het faillissement van Wissels een paar maanden geleden, verdween zo de laatste actieve Hasseltse jeneverstoker (uitgezonderd een ambachtelijke stokerij in Stevoort). “Als gewezen Hasseltse stokersfamilie konden en wilden we dit erfgoed niet verloren laten gaan”, zegt Michel Fryns. “De belangstelling bij de curatoren om Wissels in handen te krijgen, was nochtans groot. Maar ik moest en zou dit stukje patrimonium in handen krijgen. Ik voelde het als mijn plicht om Wissels in al zijn glorie opnieuw te laten floreren. Met Hasselt Millésime heeft dit niets te maken. Dit is een persoonlijk plan.”

Dat de stokerij gevestigd blijft in de Normandiëstraat in Hasselt, is onwaarschijnlijk. “In een rijhuis, midden in een woonzone, activiteiten uitoefenen die het etiket ‘Seveso’ opgekleefd krijgen, is gewoonweg onverantwoord”, zegt Michel Fryns. “Ik zou graag samen met het stads- en provinciebestuur een nieuwe locatie zoeken. Als dat niet kan, heb ik al een plan B. Maar dat Wissels in Hasselt blijft, dat is zeker.”

Of er ook een Wissels-gin komt? “Gin en jenever zijn een beetje zoals broer en zus, dat klopt. Maar in eerste instantie denken we niet aan gin. Trouwens, bijna iedereen heeft tegenwoordig zijn eigen gin. Als zelfs voetballers met gin beginnen, weet je wel hoe laat het is”, lacht Michel Fryns.