De tijd dat enkel familieleden iets te zeggen hadden in een familiebedrijf lijkt definitief voorbij. Dat blijkt uit een studie van het Expertisecentrum Familiebedrijven van VKW Limburg, het Instituut voor de Bestuurder Guberna en de UHasselt. Iets meer dan de helft van Limburgse familiebedrijven (met meer dan 10 werknemers) heeft nu een externen aan boord in de raad van bestuur of raad van advies.

Aanleiding van het onderzoek was het eerste Event van de Externe Bestuurder dat het Expertisecentrum Familiebedrijven van VKW Limburg dinsdag organiseerde. De resultaten van het onderzoek werden voorgelegd aan meer dan honderd aanwezigen. De vragenlijst werd ingevuld door vertegenwoordigers van 80 Limburgse familiebedrijven van verschillende grootte en actief in verschillende sectoren.

“Wij komen van ver”, zegt Koen Hendrix, coördinator van het Expertisecentrum Familiebedrijven. “Nog niet zolang geleden waren de familiebedrijven als de dood voor inmenging van buitenaf. Nu blijkt dat iets meer dan de helft van de familiebedrijven al een niet-familielid hebben zetelen in hun raad van bestuur of raad van advies. Familiebedrijven doen dat vooral om het bedrijf verder te professionaliseren door een beroep te doen op specifieke kennis die binnen de familie (nog) niet voorhanden is. Ook voor het ontwikkelen en uitvoeren van een strategisch plan, als begeleiding bij een generatiewissel of om de sterke groeiambities te helpen realiseren, wordt vaak een beroep gedaan op externen. De deuren voor niet-familiale deskundigen zwaaien tegenwoordig een stuk gemakkelijker open: voor hun expertise, als scheidsrechter of voor hun bredere, onafhankelijke blik.”

Schijnbestuur
Maar er is nog werk aan de winkel. Nog altijd de helft van de onderzochte bedrijven heeft een zogenaamde ‘papieren’ raad van bestuur: een schijnbestuur dat niet echt samenkomt. “Maar het goede nieuws is dat een kwart van die bedrijven met een papieren bestuur al een raad van advies (niet-bindende adviesraad) met externen heeft. En een kwart van hen heeft plannen om de papieren raad van bestuur straks te activeren met externe bestuurders. Dat maakt dat in totaal twee op de drie Limburgse familiebedrijven externen in het bestuur van het bedrijf betrekt of wil betrekken”, zegt Koen Hendrix.

Ook nog dit: VKW Limburg en Guberna (het Instituut voor de Bestuurder) hebben ook een samenwerkingsakkoord gesloten. De twee partijen willen het deugdelijk bestuur in al zijn vormen bevorderen bij de bedrijven. “Om de familiebedrijven in Limburg nog beter te ondersteunen, gaan we bijvoorbeeld vacatures voor externe bestuurders uitwisselen”, zegt Koen Hendrix. “Daarnaast gaan we ook samen een opleidingsaanbod voor kandidaat externe bestuurders uitwerken. En tegelijk slaan we de handen in elkaar om samen met de UHasselt verder academisch onderzoek te verrichten naar deugdelijk bestuur.”