Maandag 18 december is het precies 3 jaar geleden dat de laatste auto bij Ford Genk van de band rolde. Sindsdien heeft de Limburgse economie zich onverwacht snel hersteld, maar voor heel wat ex-werknemers van Ford en de toeleveranciers, rolt de carrière niet zoals gehoopt.

Op 18 december 2014 werden de laatste 400 stuks in de Ford-fabriek afgewerkt, waarmee een einde kwam aan een halve eeuw autogeschiedenis. Alles samen gingen er in de fabriek zelf, bij de toeleveranciers en verwante sectoren naar schatting 10.000 jobs verloren.

Door de economische heropleving, gerichte maatregelen en subsidies uit het SALK-fonds, flakkerden de economie, en dus ook de tewerkstelling, op. Zodanig zelfs dat de gemiddelde werkloosheid in Limburg tot net onder het Vlaamse gemiddelde is gezakt.

Behalve in Genk en Maasmechelen, waar nog steeds gevochten wordt tegen de naweeën van het Ford-debacle. Dat ziet ook Hasan Düzgün, destijds vakbondsafgevaardigde bij toeleverancier SML. “Ik stel vast dat veel arbeiders van Ford en toelevering ofwel nog thuis zitten, ofwel van het ene interimcontract naar het andere sukkelen”, zegt hij voor de microfoon van Radio 2 Limburg. “Het is gek hoe weinig vertrouwen er is in de voormalige werknemers van de auto-industrie. Dat is heel jammer, want zo blijft bij hen de onzekerheid bestaan die al bezig was van de dag dat Ford Genk de sluiting aankondigde.”

Volgens de ex-vakbondsman heeft de situatie ook te maken met het eenheidsstatuut arbeiders-bedienden, waardoor de proefperiode in feite is weggevallen en vervangen wordt door diverse uitzendopdrachten.