Dôme Deco (Lanklaar) opent 7 conceptwinkels in Japan

Het verhaal van Stefan Verheyen begon in de koffer van zijn auto, in 1998. Hij reed toen regelmatig naar Italië om daar dekens en plaids aan te kopen die hij hier in de lokale interieurzaken aan de man of vrouw bracht. Dat gebeurde toen onder de naam Eurofashion. “Voorheen was ik zelfstandig verkoper van lingerie. Ik heb altijd wel oog gehad voor mooie dingen,” zegt Stefan Verheyen (46). “Maar in die sector kon ik mijn eigen ding niet doen. Vandaar de overstap naar interieurtextiel.”

De grote doorbraak voor Eurofashion kwam er 2010. Verheyen richtte toen het merk Dôme Deco op, dat panklare interieurconcepten – van meubelair over tapijten en accessoires – uitdokterde voor retailwinkels en later ook hotels. Doelwit was, en is nog steeds, het midden- en hoge segment. “Dat doen we met een soort Maaslandse koppigheid: wie onze concepten kan smaken, vindt ons wel,” lacht Verheyen.

Dôme Deco is intussen internationaal bekend. Via het Midden-Oosten en Azië is hard gewerkt aan de export. “Ik heb in die regio’s ook een belangrijk netwerk weten uitbouwen,” zegt Verheyen, “maar ook in de meeste Europese landen is Dôme Deco ondertussen aanwezig, tot in Oekraïne toe.” Export vertegenwoordigt momenteel 92% van de omzet.

foto_stefan_verheyen_dome_decoDôme Deco is goed voor 23 vaste medewerkers en een 12-tal freelancers, die waken over de ontwikkeling van de interieurconcepten. Een aantal dat nog zal oplopen. “De zaken gaan goed,” aldus de CEO. “Dit jaar werden maar liefst zeven conceptwinkels geopend in grote steden in Japan. Waarom Japan? Omdat de Japanse interieurspecialisten onze totaalconcepten bijzonder weten te appreciëren. Bovendien zoeken veel Japanners naar een eigen identiteit, weg van de typische Japanse stijl. En daar passen onze concepten erg goed in.”

Of er nog blinde vlekken zijn? “De VS,” zegt hij resoluut. “Daar wordt de markt beheerst door grote ketens, met honderden winkels. Om daar te kunnen leveren, is Dôme Deco nog een beetje klein. En voorts is er nog werk in Zuid-Amerika en de opkomende Afrikaanse markt. Nog genoeg te doen dus.”