Thierry Deflandre (57) werkt momenteel zijn laatste dagen als directeur van het Circuit Zolder. Hoewel het hem niet aan te zien is, heeft de raad van bestuur hem recent bedankt voor bewezen diensten. “Ik hoop vooral dat mijn opvolger dit project met respect voortzet, en dat ik hier nog vaak met mijn kleinkind mag komen,” zegt hij in een gesprek met Het Belang van Limburg.

thierry deflandreThierry Deflandre nam de handschoen op in 2010. De uitdaging was groot. Terlamen, zoals de vzw achter het Circuit van Zolder officieel heet, was op sterven na dood. Tegenwoordig maakt de vereniging weer flink winst, al is het gat uit het verleden nog niet helemaal gedempt. “Het is erg hard werken geweest,” zegt Deflandre in een terugblik. “De eerste twee jaar heb ik vooral moeten afbouwen en lekkende kranen dichtdraaien. Pas nadien zijn we aan een nieuw project kunnen beginnen bouwen. Enerzijds wilden we de kernactiviteiten – de gemotoriseerde wedstrijden – nieuw leven inblazen. Dat is voor een groot deel gelukt. Anderzijds wilden we hard bouwen aan diversificatie. Daar is nog werk aan de winkel.” Bijvoorbeeld voor de overdekte wielerbaan en de wedstrijden voor elektrische voertuigen moeten er nog stappen worden gezet. “Dat moet de omzet kunnen doen groeien van de huidige 5 miljoen naar 7 miljoen euro,” aldus Deflandre.

Er is geen spoor van rancune te merken in zijn betoog. “Dat helpt ook niks,” zegt hij. “Ik ben vooral tevreden dat het circuit weer het vertrouwen heeft weten winnen bij overheden en bedrijven.” Over zijn ontslag wil Deflandre niet veel kwijt. “De beslissing van de raad van bestuur kwam een paar jaar vroeger dan verwacht. Na 24 uur had ik die beslissing verwerkt. Het heeft blijkbaar te maken met mijn stijl van managen, waar sommige medewerkers niet mee overweg kunnen. Het betekent niet dat het Circuit van Zolder plots van strategische richting zou moeten veranderen, integendeel. Ik hoop vooral dat mijn opvolger dit project met respect mag voortzetten.”

Deflandre is alvast niet van plan om uit de autosport weg te blijven. “Ik ga het nu wat rustiger aan doen en mijn hobby als internationaal sportcommissaris en koersdirecteur van vroeger weer opnemen. Daarnaast wil ik als consultant mijn ervaring ter beschikking stellen van bedrijven en organisaties. En ik hoop dat ik hier nog vaak met mijn kleinkind op bezoek mag komen,” lacht hij.