De Limburgse bouwsector heeft het niet gemakkelijk. Maar vergeleken met de rest van Vlaanderen valt het nog goed mee. En vergeleken met andere Europese landen mogen we zeker niet klagen. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse en Limburgse Confederatie Bouw, die recent werden bekendgemaakt. De Limburgse aannemers kunnen er alvast wat moed uit putten, nu de faillissementscijfers veel kleine en minder kleine bouwbedrijven tellen.

Het aantal vergunningen voor appartementen en woningen is in de tien eerste maanden van vorig jaar in Limburg weliswaar met 11% gezakt, maar vergeleken met de dalingen van respectievelijk 15 en 22% in de rest van Vlaanderen, doet Limburg het nog relatief goed.

Vergeleken met andere Europese landen hoeft de bouw in ons land zeker niet te klagen. Waar het aantal woningvergunningen in België zakte in 2010 met 9% vergeleken met 2007, kreeg de sector in landen als Spanje en Ierland klappen van respectievelijk -86 en -78%. Ook Portugal (-63%), Italië (-55%) en Denemarken (-50%) hadden het zwaar te verduren. Nederland (-30%), Polen (-29%) en Frankrijk (-21%) doken eveneens diep in het rood. Enkel Duitsland (+5%) en Zwitserland (+4%) konden zwarte cijfers voorleggen.

Troost
“Deze cijfers zijn inderdaad een hart onder de riem”, zegt Mondelaers. “Bovendien ziet de toekomst er niet slecht uit. Tot in 2030 wordt immers een bevolkingsaangroei voor ons land voorspeld van 13%. Samen met de verwachte aangroei van het aantal gezinnen, betekent dat dat er nog veel woningen nodig zullen zijn.”

De bouwsector in Vlaanderen, met inbegrip van aanverwante sectoren zoals bodemsanering of hernieuwbare energie, zorgt volgens de jongste berekeningen nu voor 25% van de Vlaamse economie (bbp). “De Vlaamse regering beseft dat, en is daarom niet van plan om zijn steun aan de sector terug te schroeven”, maakt Rik Mondelaers zich sterk.