Sinds 1 januari 2012 (het besluit is onlangs goedgekeurd) gelden nieuwe regels om het voordeel van alle aard te berekenen. Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking heeft en deze gebruikt in zijn vrije tijd en/of woon-werkverkeer dan wordt hij daarop belast. In het verleden was de regel dat als je als werknemer je bedrijfswagen gebruikte om te carpoolen dan kon je een korting krijgen op dat belastbare voordeel van alle aard.

Normaal werd dat voordeel berekend op 5000 km per jaar als je minder dan 25 km van je werk woont en op 7500 km als je verder woont. Voor carpoolers ging men altijd uit van 5000 km, ook als ze verder van hun werk wonen dan 25 km. Die gedeeltelijke vrijstelling voor carpoolers is nu niet meer mogelijk.

Door de goedkeuring van het nieuwe wetsvoorstel moet bij de bedrijfswagen die je gebruikt voor zowel woon-werkverkeer als andere privé-verplaatsingen het voordeel van alle aard moeten worden opgesplitst. Maximum 370 EUR (voor aanslagjaar 2013) mag worden ondergebracht onder “Bijdragen in de reiskosten”, rubriek c) “Ander vervoermiddel”. Hierop is de vrijstelling van toepassing. De rest van het voordeel van alle aard wordt ondergebracht in het vak 9, rubriek c) “Voordelen van alle aard”. Hierop is belasting verschuldigd.

De passagier kan nog steeds een fiscaal voordeel krijgen, omdat het voor hem niet uitmaakt of hij met een bedrijfswagen of een privé auto meerijdt. Voor deze carpoolpassagier geldt dan weer wel dat hij een RSZ-bijdrage op zijn woon-werkvergoeding moet betalen als het om ‘georganiseerd gemeenschappelijk vervoer’ gaat.

Uitzondering!

Als een voertuig ter beschikking gesteld door de werkgever, enkel en alleen wordt ingezet voor carpoolen dan moet geen voordeel van alle aard betaald worden. Hiervoor moeten wel regels opgesteld worden en een overeenkomst ondertekend worden tussen werknemer(s) en werkgever(s).
De werknemer mag geen gebruik maken van het voertuig voor zijn privéverplaatsingen. Het is enkel toegelaten om het eerste traject van thuis uit, of terug alleen af te leggen op weg naar de eerste carpoolpartner. Het aandeel carpoolen moet wel essentieel zijn: Dat wil zeggen tenminste 80% van het traject.

In de praktijk gaat dit meestal om bedrijfsbusjes.