30 Limburgse bedrijven zamelen ontwikkelingsgeld in

In het hele land heeft het Corporate Funding Programme (CFP) vorig jaar 812.000 euro opgehaald voor verschillende ontwikkelingsprojecten. De Limburgse bedrijven hebben gezorgd voor een aanbreng van zo’n 150.000 euro. Limburg is daarmee de beste leerling van de klas.

Dat bedrag is door de bijkomende opleg van zo’n 600.000 euro door de overheid goed voor zo’n 750.000 euro steun aan concrete projecten. Het geld (fiscaal aftrekbaar) werd bijeengeraapt bij een 30-tal Limburgse bedrijven. Zijn de Limburgse bedrijven daarom vrijgeviger dan de bedrijven uit andere provincies? “Ik denk het niet”, zegt Willy Hendrickx, promotor van CFP voor Limburg. “Dat succes hebben we te danken aan onze formule van ambassadeurs, die voor mij de deuren van de bedrijven helpen openen.”

Willy Hendrickx heeft tijdens zijn beroepscarrière voor Philips een flink internationaal netwerk uitgebouwd. “Maar mijn contacten in Limburg waren eerder beperkt. Vandaar dat ik mij heb laten omringen door ‘ambassadeurs’, mensen die wél een goed Limburgs netwerk hebben. En dat werkt.”

Zo was Jan Truyens, gewezen bedrijfsleider en oprichter van Plastruco, één van de eerste ambassadeurs. Aanvankelijk waren daar ook de ondernemers wijlen Nand Beuls en wijlen Jules Essers bij. Zij zijn ondertussen vervangen door Vincent Kun (ex-KBC) en André Meers (ex-Generale Bank en ex-Machiels). Ondertussen heeft ook Guy Heylen (oprichter en ceo van LGTB) de club van Limburgse CFP-ambassadeurs vervoegd.

Transparantie

“De formule begint aan te slaan”, zegt Jan Truyens. “Sinds het begin in 2006 heb ik de cijfers voor Limburg enkel maar zien groeien.” “De kracht van CFP is op verschillende pilaren gestoeld”, getuigt Guy Heylen. “Vooreerst is CFP een zeer professioneel gerunde organisatie, met een zeer transparante boekhouding. Je weet waar elke euro naar toe gaat. Ook de focus op structurele hulp heeft mij overtuigd.”

Hemel
“Ik heb besloten om mij als ex-bankier te engageren voor CFP om later alsnog in de hemel te geraken”, grapt André Meers. “De projecten in ontwikkelingslanden worden beheerd door niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die ook voor de controle instaan. Dat is belangrijk voor bedrijven.”
“We moeten wel zorgen dat we nieuwe ambassadeurs kunnen aantrekken, zodat ons netwerk niet dreigt op te drogen”, maakt Vincent Kun zich de bedenking. “Uiteindelijk is het toch vooral de passie die ons drijft”, beaamt ook Willy Hendrickx. “Ik stel ook vast dat de moderne otnwikkelingshulp verschuift van welvaartsverdeling (geld geven) naar welvaartscreatie.”

Crisis
Of CFP ook dit jaar zoveel geld weet te verzamelen in Limburg, valt af te wachten. “De crisis begint zijn tol te eisen”, zegt Hendrickx. “Vooral in de bouwsector loopt de fondsenwerving moeilijk. Ik begrijp ook wel dat de bedrijven, die mensen moeten laten gaan, het in die omstandigehden niet kunnen verantwoorden om geld aan CFP over te maken. Maar gelukkig zijn er bedrijven waar dat wel nog kan.”